BWBR0042549
Geldig vanaf 2019-09-17
Artikel 3
Subsidieregeling flexibel beroepsonderwijs derde leerweg
1. De minister kan aan een samenwerkingsverband subsidie verstrekken voor:
a. het vormen van een samenwerkingsverband; of
b. het ontwikkelen van een onderwijsprogramma voor één of meer beroepsopleidingen in de derde leerweg dat specifiek gericht is op werkenden en werkzoekenden.
2. De subsidie heeft als doel om bekostigde en niet-bekostigde instellingen gezamenlijk een onderwijsprogramma te laten ontwikkelen dat aansluit op de vraag van de doelgroep van werkenden en werkzoekenden. Deze krachtenbundeling van instellingen leidt tot kennisdeling alsmede samenwerkingsvormen binnen een regio en daarmee tot een breed aanbod van beroepsopleidingen in de derde leerweg specifiek gericht op de doelgroep van werkenden en werkzoekenden.
3. Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. het ontwikkelen van een onderwijsprogramma wordt afgestemd met de doelgroep van werkenden en werkzoekenden, bedrijven, gemeenten en andere relevante partners in de regio; en
b. het onderwijsprogramma in afzonderlijke op zichzelf staande delen gevolgd kan worden binnen een voor de doelgroep van werkenden en werkzoekenden gewenste studieduur en bij het met goed gevolg afsluiten van alle delen leidt tot een diploma van de betreffende beroepsopleiding.
4. Het onderwijsprogramma omvat in elk geval:
a. een visie op flexibele opleidingstrajecten voor werkenden en werkzoekenden;
b. werkwijzen, methoden en instrumenten voor een flexibel opleidingstraject dat gericht is op een diploma en bijbehorende examinering, waarvan deel kan uitmaken: i. werkwijzen, methoden en instrumenten voor werkend leren; of
ii. werkwijzen, methoden en instrumenten voor online leren;
i. werkwijzen, methoden en instrumenten voor werkend leren; of
ii. werkwijzen, methoden en instrumenten voor online leren;
c. de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van leertechnologieën;
d. de wijze waarop de kwaliteit van het gehele opleidingstraject en de afzonderlijke delen wordt geborgd;
e. de wijze waarop geborgd wordt dat een werkende of werkzoekende het diploma van de beroepsopleiding kan behalen binnen de door hem gewenste studieduur, waarbij expliciet aandacht geschonken wordt aan beleid met betrekking tot vrijstellingen;
f. de wijze waarop deskundigheidsbevordering van docenten en onderwijsondersteunend personeel in het kader van flexibilisering van het opleidingstraject plaatsvindt; en
g. een strategie voor het werven van werkenden en werkzoekenden.
5. Het ontwikkelen van een onderwijsprogramma heeft een looptijd van 24 maanden.
6. Onderwijsprogramma’s die voor indiening van een aanvraag reeds ontwikkeld zijn, komen niet voor subsidie in aanmerking.
7. In geval van bijzondere omstandigheden die voortvloeien uit de uitvoering van het project, kan de Minister de penvoerder op diens verzoek toestemming geven voor een verlenging van de looptijd voor het ontwikkelen van het onderwijsprogramma met ten hoogste 12 maanden.
a. het vormen van een samenwerkingsverband; of
b. het ontwikkelen van een onderwijsprogramma voor één of meer beroepsopleidingen in de derde leerweg dat specifiek gericht is op werkenden en werkzoekenden.
2. De subsidie heeft als doel om bekostigde en niet-bekostigde instellingen gezamenlijk een onderwijsprogramma te laten ontwikkelen dat aansluit op de vraag van de doelgroep van werkenden en werkzoekenden. Deze krachtenbundeling van instellingen leidt tot kennisdeling alsmede samenwerkingsvormen binnen een regio en daarmee tot een breed aanbod van beroepsopleidingen in de derde leerweg specifiek gericht op de doelgroep van werkenden en werkzoekenden.
3. Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. het ontwikkelen van een onderwijsprogramma wordt afgestemd met de doelgroep van werkenden en werkzoekenden, bedrijven, gemeenten en andere relevante partners in de regio; en
b. het onderwijsprogramma in afzonderlijke op zichzelf staande delen gevolgd kan worden binnen een voor de doelgroep van werkenden en werkzoekenden gewenste studieduur en bij het met goed gevolg afsluiten van alle delen leidt tot een diploma van de betreffende beroepsopleiding.
4. Het onderwijsprogramma omvat in elk geval:
a. een visie op flexibele opleidingstrajecten voor werkenden en werkzoekenden;
b. werkwijzen, methoden en instrumenten voor een flexibel opleidingstraject dat gericht is op een diploma en bijbehorende examinering, waarvan deel kan uitmaken: i. werkwijzen, methoden en instrumenten voor werkend leren; of
ii. werkwijzen, methoden en instrumenten voor online leren;
i. werkwijzen, methoden en instrumenten voor werkend leren; of
ii. werkwijzen, methoden en instrumenten voor online leren;
c. de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van leertechnologieën;
d. de wijze waarop de kwaliteit van het gehele opleidingstraject en de afzonderlijke delen wordt geborgd;
e. de wijze waarop geborgd wordt dat een werkende of werkzoekende het diploma van de beroepsopleiding kan behalen binnen de door hem gewenste studieduur, waarbij expliciet aandacht geschonken wordt aan beleid met betrekking tot vrijstellingen;
f. de wijze waarop deskundigheidsbevordering van docenten en onderwijsondersteunend personeel in het kader van flexibilisering van het opleidingstraject plaatsvindt; en
g. een strategie voor het werven van werkenden en werkzoekenden.
5. Het ontwikkelen van een onderwijsprogramma heeft een looptijd van 24 maanden.
6. Onderwijsprogramma’s die voor indiening van een aanvraag reeds ontwikkeld zijn, komen niet voor subsidie in aanmerking.
7. In geval van bijzondere omstandigheden die voortvloeien uit de uitvoering van het project, kan de Minister de penvoerder op diens verzoek toestemming geven voor een verlenging van de looptijd voor het ontwikkelen van het onderwijsprogramma met ten hoogste 12 maanden.