BWBR0042461
Geldig vanaf 2019-07-29
Artikel 9
Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019
1. De opleidingsscholen en de aspirant-opleidingsscholen in het derde en vierde schooljaar waarin subsidie wordt verleend krijgen een vast subsidiebedrag voor de ontwikkeling en instandhouding van de basisinfrastructuur. De vaste voet bedraagt, conform bijlage 2, € 100.000.
2. Naast de vaste voet krijgen de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen in het derde en vierde schooljaar waarin subsidie wordt verleend een subsidie per student, bedoeld in artikel 8, derde lid. De hoogte van de subsidie bedraagt, conform bijlage 2, € 955 per student.
3. De bedragen die de opleidingsscholen krijgen op grond van het eerste en tweede lid van dit artikel worden verrekend met het bedrag op grond van de overgangsregeling, bedoeld in artikel 21a. De overgangsregeling geldt voor opleidingsscholen en aspirant opleidingsscholen in het derde en vierde jaar die voor het schooljaar 2019–2020 zijn gestart.
3a. In afwijking van het eerste lid bedraagt de vaste voet die opleidingsscholen en de aspirant-opleidingsscholen in het derde en vierde jaar ontvangen voor de periode 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023, € 42.000.
3b. In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie per student die opleidingsscholen en de aspirant-opleidingsscholen in het derde en vierde jaar ontvangen voor de periode 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023, € 400 per student.
4. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, in het schooljaar 2020–2021 of 2021–2022 wordt overschreden, ontvangen opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen de vaste voet, bedoeld in het eerste lid. Daarnaast ontvangen de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen een verrekening op grond van de overgangsbepaling, bedoeld in artikel 21a. Vervolgens verdeelt de Minister het resterende bedrag voor de subsidie per student, bedoeld in het tweede lid, evenredig over de subsidieontvangers en zodanig dat iedere subsidieontvanger, conform bijlage 2, een gelijk bedrag per student ontvangt.
5. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag in het schooljaar 2022-2023 zou worden overschreden, ontvangen opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen de vaste voet, zoals bedoeld in het eerste lid. Vervolgens verdeelt de Minister het resterende bedrag voor de subsidie per student, zoals bedoeld in het tweede lid, evenredig over de subsidieontvangers en zodanig dat iedere subsidieontvanger, conform bijlage 2, een gelijk bedrag per student ontvangt.
6. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag voor de periode van 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023 zou worden overschreden, ontvangen opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen de vaste voet, zoals bedoeld in lid 3b. Vervolgens verdeelt de Minister het resterende bedrag voor de subsidie per student, zoals bedoeld in lid 3a, evenredig over de subsidieontvangers en zodanig dat iedere subsidieontvanger, een gelijk bedrag per student ontvangt.
2. Naast de vaste voet krijgen de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen in het derde en vierde schooljaar waarin subsidie wordt verleend een subsidie per student, bedoeld in artikel 8, derde lid. De hoogte van de subsidie bedraagt, conform bijlage 2, € 955 per student.
3. De bedragen die de opleidingsscholen krijgen op grond van het eerste en tweede lid van dit artikel worden verrekend met het bedrag op grond van de overgangsregeling, bedoeld in artikel 21a. De overgangsregeling geldt voor opleidingsscholen en aspirant opleidingsscholen in het derde en vierde jaar die voor het schooljaar 2019–2020 zijn gestart.
3a. In afwijking van het eerste lid bedraagt de vaste voet die opleidingsscholen en de aspirant-opleidingsscholen in het derde en vierde jaar ontvangen voor de periode 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023, € 42.000.
3b. In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie per student die opleidingsscholen en de aspirant-opleidingsscholen in het derde en vierde jaar ontvangen voor de periode 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023, € 400 per student.
4. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, in het schooljaar 2020–2021 of 2021–2022 wordt overschreden, ontvangen opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen de vaste voet, bedoeld in het eerste lid. Daarnaast ontvangen de opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen een verrekening op grond van de overgangsbepaling, bedoeld in artikel 21a. Vervolgens verdeelt de Minister het resterende bedrag voor de subsidie per student, bedoeld in het tweede lid, evenredig over de subsidieontvangers en zodanig dat iedere subsidieontvanger, conform bijlage 2, een gelijk bedrag per student ontvangt.
5. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag in het schooljaar 2022-2023 zou worden overschreden, ontvangen opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen de vaste voet, zoals bedoeld in het eerste lid. Vervolgens verdeelt de Minister het resterende bedrag voor de subsidie per student, zoals bedoeld in het tweede lid, evenredig over de subsidieontvangers en zodanig dat iedere subsidieontvanger, conform bijlage 2, een gelijk bedrag per student ontvangt.
6. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag voor de periode van 1 augustus 2023 tot en met 31 december 2023 zou worden overschreden, ontvangen opleidingsscholen en aspirant-opleidingsscholen de vaste voet, zoals bedoeld in lid 3b. Vervolgens verdeelt de Minister het resterende bedrag voor de subsidie per student, zoals bedoeld in lid 3a, evenredig over de subsidieontvangers en zodanig dat iedere subsidieontvanger, een gelijk bedrag per student ontvangt.