BWBR0042442
Geldig vanaf 2019-07-26
Artikel 7
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit AV 2019
Aan de hoofden van de afdelingen en het hoofd van het directiesecretariaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend met betrekking tot:
a. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid voor zover het betreft: 1°. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof van medewerkers;
4°. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
5°. personele ontwikkeling van medewerkers waaronder opleiding en begeleiding, die voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd.
1°. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof van medewerkers;
4°. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
5°. personele ontwikkeling van medewerkers waaronder opleiding en begeleiding, die voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd.
b. het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur moeten worden afgedaan.
a. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid voor zover het betreft: 1°. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof van medewerkers;
4°. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
5°. personele ontwikkeling van medewerkers waaronder opleiding en begeleiding, die voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd.
1°. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof van medewerkers;
4°. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
5°. personele ontwikkeling van medewerkers waaronder opleiding en begeleiding, die voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd.
b. het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur moeten worden afgedaan.