BWBR0042435
Geldig vanaf 2019-07-25
Artikel 15
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit DG Werk 2019
1. De directeuren en het hoofd BMO kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:
a. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager-medewerker gesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen directeuren en het hoofd BMO, na voorafgaande schriftelijke toestemming van directeur-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.
3. De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.
a. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager-medewerker gesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen directeuren en het hoofd BMO, na voorafgaande schriftelijke toestemming van directeur-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.
3. De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.