BWBR0042412
Geldig vanaf 2019-07-16
Artikel 7
Regeling forensische zorg
1. De opschorting van een aanwijzing als private instelling voor de verlening van forensische zorg op de gronden genoemd in artikel 3.2, eerste lid, onder b, en tweede lid, van het besluit, bedraagt ten hoogste zes maanden. In uitzonderlijke gevallen kan de opschorting eenmaal worden verlengd met een periode van ten hoogste zes maanden.
2. De Minister stelt de instelling in de gelegenheid binnen een door hem vast te stellen periode adequate maatregelen te treffen alvorens tot opschorting te besluiten op de gronden genoemd in artikel 3.2, eerste lid, onder b, of tweede lid van het besluit.
3. De Minister schort de aanwijzing als private instelling voor forensische zorg op de grond genoemd in artikel 3.2, derde lid, van het besluitop na beëindiging van de contractuele afspraken met de rechtspersoon die de private instelling beheert indien de verwachting is dat binnen zes maanden opnieuw contractuele afspraken met deze rechtspersoon worden gemaakt.
4. Het besluit tot opschorting bevat de redenen voor de opschorting, de gevolgen en de periode waarvoor de opschorting geldt.
5. Het besluit tot opschorting wordt schriftelijk aan de instelling bekend gemaakt.
6. De Minister heft de opschorting op indien de instelling binnen de in het eerste lid bedoelde periode heeft aangetoond dat adequate maatregelen zijn genomen.
7. Het besluit tot opheffing van de opschorting wordt schriftelijk aan de instelling bekend gemaakt.
2. De Minister stelt de instelling in de gelegenheid binnen een door hem vast te stellen periode adequate maatregelen te treffen alvorens tot opschorting te besluiten op de gronden genoemd in artikel 3.2, eerste lid, onder b, of tweede lid van het besluit.
3. De Minister schort de aanwijzing als private instelling voor forensische zorg op de grond genoemd in artikel 3.2, derde lid, van het besluitop na beëindiging van de contractuele afspraken met de rechtspersoon die de private instelling beheert indien de verwachting is dat binnen zes maanden opnieuw contractuele afspraken met deze rechtspersoon worden gemaakt.
4. Het besluit tot opschorting bevat de redenen voor de opschorting, de gevolgen en de periode waarvoor de opschorting geldt.
5. Het besluit tot opschorting wordt schriftelijk aan de instelling bekend gemaakt.
6. De Minister heft de opschorting op indien de instelling binnen de in het eerste lid bedoelde periode heeft aangetoond dat adequate maatregelen zijn genomen.
7. Het besluit tot opheffing van de opschorting wordt schriftelijk aan de instelling bekend gemaakt.