BWBR0042412
Geldig vanaf 2019-07-16
Artikel 6
Regeling forensische zorg
1. Om in aanmerking te komen voor een aanwijzing als private instelling voor forensische zorg, bedoeld in artikel 3.2 van de wetmoet de instelling in ieder geval voldoen aan eisen ten aanzien van de beveiliging en de personele en materiële toerusting. Ten aanzien van die eisen worden beveiligingsniveaus onderscheiden.
2. De in het eerste lid bedoelde eisen betreffen de materiële en immateriële voorwaarden in bijlage 8 van de Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg.
3. Voor een aanwijzing als private instelling die in het bijzonder bestemd is voor de verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wetgelden, naast de eisen, bedoeld in het tweede lid die betrekking hebben op beveiligingsniveau 4, nadere eisen ten aanzien van de beveiliging en bouwkundige staat van de instelling. Deze eisen kunnen vertrouwelijk bij de Minister worden ingezien.
4. De Minister kan controle ter plaatse verrichten ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag tot aanwijzing als private instelling voor forensische zorg, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de wet.
2. De in het eerste lid bedoelde eisen betreffen de materiële en immateriële voorwaarden in bijlage 8 van de Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg.
3. Voor een aanwijzing als private instelling die in het bijzonder bestemd is voor de verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wetgelden, naast de eisen, bedoeld in het tweede lid die betrekking hebben op beveiligingsniveau 4, nadere eisen ten aanzien van de beveiliging en bouwkundige staat van de instelling. Deze eisen kunnen vertrouwelijk bij de Minister worden ingezien.
4. De Minister kan controle ter plaatse verrichten ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag tot aanwijzing als private instelling voor forensische zorg, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de wet.