BWBR0042301
Geldig vanaf 2019-06-18
Artikel 4
Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven
1. Een luchtvaartmaatschappij verstrekt van elke vlucht als bedoeld in artikel 3aan de Passagiersinformatie-eenheid de passagiersgegevens waarover zij ten behoeve van haar bedrijfsvoering beschikt. In geval van een gedeelde vlucht van twee of meer luchtvaartmaatschappijen, is de maatschappij die de vlucht uitvoert verplicht om alle passagiersgegevens te verstrekken.
2. De passagiersgegevens worden langs elektronische weg verstrekt:
a. op een of meer door Onze Minister vast te stellen tijdstippen tussen 48 en 24 uur voor de geplande vertrektijd van een vlucht; en
b. onmiddellijk na het aan boord gaan van de passagiers in het vliegtuig dat klaar staat voor vertrek en waar de passagiers niet meer aan of van boord kunnen gaan.
3. In geval van verstrekking als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan worden volstaan met het doorgeven van de wijzigingen ten opzichte van de op grond van het tweede lid, onderdeel a, verstrekte passagiersgegevens.
4. Een luchtvaartmaatschappij verstrekt op verzoek van de Passagiersinformatie-eenheid de passagiersgegevens tevens op andere dan de in het tweede lid genoemde tijdstippen. De Passagiersinformatie-eenheid kan hier uitsluitend om verzoeken indien toegang tot deze gegevens naar haar oordeel noodzakelijk is om te kunnen reageren op een specifieke en concrete dreiging die verband houdt met een terroristisch of ernstig misdrijf.
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de passagiersgegevens door een luchtvaartmaatschappij aan de Passagiersinformatie-eenheid worden verstrekt, met dien verstande dat de Passagiersinformatie-eenheid geen rechtstreekse toegang krijgt tot het reserveringssysteem van de luchtvaartmaatschappij.
2. De passagiersgegevens worden langs elektronische weg verstrekt:
a. op een of meer door Onze Minister vast te stellen tijdstippen tussen 48 en 24 uur voor de geplande vertrektijd van een vlucht; en
b. onmiddellijk na het aan boord gaan van de passagiers in het vliegtuig dat klaar staat voor vertrek en waar de passagiers niet meer aan of van boord kunnen gaan.
3. In geval van verstrekking als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan worden volstaan met het doorgeven van de wijzigingen ten opzichte van de op grond van het tweede lid, onderdeel a, verstrekte passagiersgegevens.
4. Een luchtvaartmaatschappij verstrekt op verzoek van de Passagiersinformatie-eenheid de passagiersgegevens tevens op andere dan de in het tweede lid genoemde tijdstippen. De Passagiersinformatie-eenheid kan hier uitsluitend om verzoeken indien toegang tot deze gegevens naar haar oordeel noodzakelijk is om te kunnen reageren op een specifieke en concrete dreiging die verband houdt met een terroristisch of ernstig misdrijf.
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de passagiersgegevens door een luchtvaartmaatschappij aan de Passagiersinformatie-eenheid worden verstrekt, met dien verstande dat de Passagiersinformatie-eenheid geen rechtstreekse toegang krijgt tot het reserveringssysteem van de luchtvaartmaatschappij.