BWBR0042301
Geldig vanaf 2019-06-18
Artikel 23
Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven
1. De verwerkingsverantwoordelijke draagt zorg voor de vastlegging langs elektronische weg van ten minste de volgende verwerkingen: het verzamelen, raadplegen, verstrekking onder meer in de vorm van doorgiften en wissen van de passagiersgegevens en de resultaten van de verwerking van die gegevens, met uitzondering van de verstrekking, bedoeld in artikel 17 van de Wet politiegegevens, indien dit zich niet verdraagt met het belang van de veiligheid van de staat.
2. De vastgelegde gegevens inzake het raadplegen en verstrekken als bedoeld in het eerste lid bevatten in ieder geval informatie over het doel, de datum en het tijdstip van het raadplegen en het verstrekken, de identiteit van de persoon die de passagiersgegevens of een verwerking ervan heeft geraadpleegd of verstrekt en de identiteit van de ontvangers van die gegevens.
3. De vastgelegde gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden gedurende vijf jaar bewaard en worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, de interne controle, het waarborgen van de integriteit en de beveiliging van de persoonsgegevens en voor de strafrechtelijke procedures.
4. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de vastgelegde gegevens, bedoeld in het eerste lid, desgevraagd ter beschikking aan de Autoriteit persoonsgegevens.
2. De vastgelegde gegevens inzake het raadplegen en verstrekken als bedoeld in het eerste lid bevatten in ieder geval informatie over het doel, de datum en het tijdstip van het raadplegen en het verstrekken, de identiteit van de persoon die de passagiersgegevens of een verwerking ervan heeft geraadpleegd of verstrekt en de identiteit van de ontvangers van die gegevens.
3. De vastgelegde gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden gedurende vijf jaar bewaard en worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, de interne controle, het waarborgen van de integriteit en de beveiliging van de persoonsgegevens en voor de strafrechtelijke procedures.
4. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de vastgelegde gegevens, bedoeld in het eerste lid, desgevraagd ter beschikking aan de Autoriteit persoonsgegevens.