BWBR0042287
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 34
Regeling interoperabiliteit en veiligheid spoorwegen
1. Onverminderd het bepaalde in uitvoeringsverordening (EU) 402/2013en gedelegeerde verordening (EU) 2018/762voldoen spoorwegondernemingen en een beheerder aan de eisen, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel d, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn.
2. Een met onderhoud belaste entiteit en elke andere actor met een potentiële invloed op de veiligheid van, op en rond de spoorwegen, voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn.
3. Spoorwegondernemingen, een beheerder en elke actor, bedoeld in het tweede lid, voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn.
4. Bij de uitwisseling van spoorvoertuigen tussen spoorwegondernemingen voldoen alle betrokken actoren aan de eisen, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn.
2. Een met onderhoud belaste entiteit en elke andere actor met een potentiële invloed op de veiligheid van, op en rond de spoorwegen, voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn.
3. Spoorwegondernemingen, een beheerder en elke actor, bedoeld in het tweede lid, voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn.
4. Bij de uitwisseling van spoorvoertuigen tussen spoorwegondernemingen voldoen alle betrokken actoren aan de eisen, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn.