BWBR0042257
Geldig vanaf 2020-04-01
Artikel 6
Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid geregistreerd-mondhygiënist
1. Het aspect professionele mondzorgkundige vorming, bedoeld in artikel 5, onderdeel a, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het verwerven en verwerken van relevante informatie;
b. het uitoefenen van het beroep van geregistreerd-mondhygiënist overeenkomstig de geldende professionele standaard en de stand van de wetenschap;
c. het onderkennen van en omgaan met ethische vraagstukken die zich voordoen bij mondzorgkundige handelingen;
d. het verstrekken van doelgerichte informatie aan de patiënt;
e. het handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de mondzorgkundige beroepsuitoefening;
f. de evaluatie van eigen handelen, op grond waarvan eigen beperkingen worden herkend en erkend.
2. Het aspect communicatie en voorlichting, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het effectief communiceren met de patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met diens naaste betrekkingen;
b. het communiceren met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en het bevorderen van interprofessionele samenwerking;
c. het geven van voorlichting aan de patiënt met betrekking tot gedrag en behandeling op het gebied van de preventieve mondzorg.
3. Het aspect onderzoek en diagnose van problemen op het gebied van de preventieve mondzorg en het op basis daarvan opstellen en uitvoeren van een behandelplan, bedoeld in artikel 5, onderdeel c, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het in het kader van het mondzorgkundige onderzoek bij de patiënt afnemen van een anamnese, omvattende diens tandheelkundige, medische, persoonlijke en sociaal-culturele achtergronden teneinde de implicaties van algemene gezondheidsafwijkingen en geneesmiddelengebruik voor het uitvoeren van de mondzorgkundige behandeling te kunnen beoordelen;
b. het diagnosticeren van aandoeningen op het gebied van parodontologie en cariologie;
c. het in de mond signaleren van zichtbare afwijkingen van het normale beeld;
d. het uitvoeren van tandheelkundig beeldvormend diagnostisch onderzoek en het nemen van maatregelen gericht op bescherming tegen ioniserende straling;
e. het opstellen van een behandelplan en het verwijzen van de patiënt naar een tandarts of arts indien dat in het belang van de gezondheid van de patiënt noodzakelijk is.
4. Het aspect instellen en handhaven van een optimale mondgezondheid, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het geven van tandheelkundige gezondheidsvoorlichting;
b. het treffen van preventieve maatregelen voor het handhaven of het bevorderen van de mondgezondheid;
c. het toepassen van mondzorgkundige behandelingen die aandoeningen van het gebit en de het gebit omringende weefsels voorkomen, verminderen dan wel opheffen;
d. het indiceren van de behandeling van primaire cariës en restaureren van primaire caviteiten met plastische vulmaterialen;
e. het toepassen van lokale anesthesie door het geven van injecties ten behoeve van geleidings- of infiltratie-anesthesie.
5. Het aspect beginselen van de mondzorg, bedoeld in artikel 5, onderdeel e, is zodanig ingericht dat de betrokkene:
a. inzicht verwerft in de epidemiologie en de behoefte aan preventieve mondzorg van de bevolking als geheel en de daartoe te hanteren interventiemogelijkheden;
b. in staat is tot het stellen van prioriteiten voor te verlenen preventieve mondzorg in overeenstemming met de beschikbare middelen, de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar zorg van de patiënt;
c. inzicht verwerft in de structuur en financiering van de gezondheidszorg gericht op de mondzorg.
6. Het aspect praktijkvoering, bedoeld in artikel 5, onderdeel f, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het voeren van overleg en samenwerken binnen het mondzorgteam en andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg;
b. het doelmatig vastleggen van relevante gegevens omtrent de patiënt en de behandeling;
c. het treffen van praktijkhygiënische maatregelen;
d. het hanteren van de uitgangspunten voor de organisatie en een doelmatige opzet van een mondzorgpraktijk.
a. het verwerven en verwerken van relevante informatie;
b. het uitoefenen van het beroep van geregistreerd-mondhygiënist overeenkomstig de geldende professionele standaard en de stand van de wetenschap;
c. het onderkennen van en omgaan met ethische vraagstukken die zich voordoen bij mondzorgkundige handelingen;
d. het verstrekken van doelgerichte informatie aan de patiënt;
e. het handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de mondzorgkundige beroepsuitoefening;
f. de evaluatie van eigen handelen, op grond waarvan eigen beperkingen worden herkend en erkend.
2. Het aspect communicatie en voorlichting, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het effectief communiceren met de patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met diens naaste betrekkingen;
b. het communiceren met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en het bevorderen van interprofessionele samenwerking;
c. het geven van voorlichting aan de patiënt met betrekking tot gedrag en behandeling op het gebied van de preventieve mondzorg.
3. Het aspect onderzoek en diagnose van problemen op het gebied van de preventieve mondzorg en het op basis daarvan opstellen en uitvoeren van een behandelplan, bedoeld in artikel 5, onderdeel c, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het in het kader van het mondzorgkundige onderzoek bij de patiënt afnemen van een anamnese, omvattende diens tandheelkundige, medische, persoonlijke en sociaal-culturele achtergronden teneinde de implicaties van algemene gezondheidsafwijkingen en geneesmiddelengebruik voor het uitvoeren van de mondzorgkundige behandeling te kunnen beoordelen;
b. het diagnosticeren van aandoeningen op het gebied van parodontologie en cariologie;
c. het in de mond signaleren van zichtbare afwijkingen van het normale beeld;
d. het uitvoeren van tandheelkundig beeldvormend diagnostisch onderzoek en het nemen van maatregelen gericht op bescherming tegen ioniserende straling;
e. het opstellen van een behandelplan en het verwijzen van de patiënt naar een tandarts of arts indien dat in het belang van de gezondheid van de patiënt noodzakelijk is.
4. Het aspect instellen en handhaven van een optimale mondgezondheid, bedoeld in artikel 5, onderdeel d, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het geven van tandheelkundige gezondheidsvoorlichting;
b. het treffen van preventieve maatregelen voor het handhaven of het bevorderen van de mondgezondheid;
c. het toepassen van mondzorgkundige behandelingen die aandoeningen van het gebit en de het gebit omringende weefsels voorkomen, verminderen dan wel opheffen;
d. het indiceren van de behandeling van primaire cariës en restaureren van primaire caviteiten met plastische vulmaterialen;
e. het toepassen van lokale anesthesie door het geven van injecties ten behoeve van geleidings- of infiltratie-anesthesie.
5. Het aspect beginselen van de mondzorg, bedoeld in artikel 5, onderdeel e, is zodanig ingericht dat de betrokkene:
a. inzicht verwerft in de epidemiologie en de behoefte aan preventieve mondzorg van de bevolking als geheel en de daartoe te hanteren interventiemogelijkheden;
b. in staat is tot het stellen van prioriteiten voor te verlenen preventieve mondzorg in overeenstemming met de beschikbare middelen, de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar zorg van de patiënt;
c. inzicht verwerft in de structuur en financiering van de gezondheidszorg gericht op de mondzorg.
6. Het aspect praktijkvoering, bedoeld in artikel 5, onderdeel f, is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:
a. het voeren van overleg en samenwerken binnen het mondzorgteam en andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg;
b. het doelmatig vastleggen van relevante gegevens omtrent de patiënt en de behandeling;
c. het treffen van praktijkhygiënische maatregelen;
d. het hanteren van de uitgangspunten voor de organisatie en een doelmatige opzet van een mondzorgpraktijk.