BWBR0042257
Geldig vanaf 2020-04-01
Artikel 3
Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid geregistreerd-mondhygiënist
1. In het register, bedoeld in artikel 2wordt ingeschreven, met inachtneming van het derde lid, degene:
a. aan wie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat hij in het jaar 2006 of later het afsluitende examen van een opleiding voor mondzorgkunde met goed gevolg heeft afgelegd, welke opleiding is opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen en die voldoet aan de artikelen 5 en 6, of
b. die in het bezit is van een door Onze Minister afgegeven verklaring van vakbekwaamheid: i. waaruit blijkt dat hij een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op de uitoefening van het beroep van geregistreerd-mondhygiënist en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en
ii. waarin Onze Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van de wet geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit de artikelen 5 en 6 kan worden afgeleid, of
i. waaruit blijkt dat hij een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op de uitoefening van het beroep van geregistreerd-mondhygiënist en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en
ii. waarin Onze Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van de wet geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit de artikelen 5 en 6 kan worden afgeleid, of
c. die in het bezit is van een door Onze Minister afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als mondhygiënist in de zin van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder b, en de erkenning, bedoeld in het eerste lid, onder c, geven aan voor welk medisch deelgebied van de geneeskunst zij van toepassing zijn.
3. Degene die voldoet aan een van de eisen genoemd in het eerste lid, wordt niet ingeschreven indien hij niet tevens een opleiding heeft voltooid als bedoeld in artikel 5.8, Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, die is erkend met inachtneming van artikel 5.22, eerste lid, onderdeel b, onder 1° van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.
a. aan wie een getuigschrift is uitgereikt waaruit blijkt dat hij in het jaar 2006 of later het afsluitende examen van een opleiding voor mondzorgkunde met goed gevolg heeft afgelegd, welke opleiding is opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen en die voldoet aan de artikelen 5 en 6, of
b. die in het bezit is van een door Onze Minister afgegeven verklaring van vakbekwaamheid: i. waaruit blijkt dat hij een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op de uitoefening van het beroep van geregistreerd-mondhygiënist en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en
ii. waarin Onze Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van de wet geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit de artikelen 5 en 6 kan worden afgeleid, of
i. waaruit blijkt dat hij een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op de uitoefening van het beroep van geregistreerd-mondhygiënist en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en
ii. waarin Onze Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van de wet geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit de artikelen 5 en 6 kan worden afgeleid, of
c. die in het bezit is van een door Onze Minister afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als mondhygiënist in de zin van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder b, en de erkenning, bedoeld in het eerste lid, onder c, geven aan voor welk medisch deelgebied van de geneeskunst zij van toepassing zijn.
3. Degene die voldoet aan een van de eisen genoemd in het eerste lid, wordt niet ingeschreven indien hij niet tevens een opleiding heeft voltooid als bedoeld in artikel 5.8, Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, die is erkend met inachtneming van artikel 5.22, eerste lid, onderdeel b, onder 1° van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.