BWBR0042251
Geldig vanaf 2019-07-01
Artikel 9
Regeling organisatie Kustwacht Nederland
1. De ministers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het functioneren van de Kustwacht.
2. Een opdrachtgevende minister blijft verantwoordelijk voor de taken die namens hem in de kustwachtorganisatie worden verricht.
3. Elke minister informeert andere ministers tijdig en volledig over zaken die aard, inhoud en taakuitvoering in de Kustwacht of het doel van de Kustwacht kunnen beïnvloeden. Hij treedt zo nodig met de andere ministers in overleg om ongewenste effecten voor de taakuitvoering in de Kustwacht of met betrekking tot het doel van de Kustwacht te voorkomen of te beperken.
4. Elke minister is verantwoordelijk voor het vertalen van het voor hem toepasselijke beleid in duidelijke en uitvoerbare opdrachten ten behoeve van de Directeur Kustwacht en voor het daartoe aan hem beschikbaar stellen van kwalitatief en kwantitatief voldoende middelen en informatie.
5. Elke minister neemt de exploitatie-uitgaven en investeringsuitgaven, bedoeld in artikel 17op in zijn eigen begroting en legt hierover verantwoording af voor zover deze budgetten nog niet zijn overgeheveld naar de Minister van Defensie. Tot dat tijdstip neemt elke minister in de begroting meerjarige reeksen op inzake de bekostiging van de Kustwacht, ter borging van de continuïteit van de kustwachtorganisatie.
2. Een opdrachtgevende minister blijft verantwoordelijk voor de taken die namens hem in de kustwachtorganisatie worden verricht.
3. Elke minister informeert andere ministers tijdig en volledig over zaken die aard, inhoud en taakuitvoering in de Kustwacht of het doel van de Kustwacht kunnen beïnvloeden. Hij treedt zo nodig met de andere ministers in overleg om ongewenste effecten voor de taakuitvoering in de Kustwacht of met betrekking tot het doel van de Kustwacht te voorkomen of te beperken.
4. Elke minister is verantwoordelijk voor het vertalen van het voor hem toepasselijke beleid in duidelijke en uitvoerbare opdrachten ten behoeve van de Directeur Kustwacht en voor het daartoe aan hem beschikbaar stellen van kwalitatief en kwantitatief voldoende middelen en informatie.
5. Elke minister neemt de exploitatie-uitgaven en investeringsuitgaven, bedoeld in artikel 17op in zijn eigen begroting en legt hierover verantwoording af voor zover deze budgetten nog niet zijn overgeheveld naar de Minister van Defensie. Tot dat tijdstip neemt elke minister in de begroting meerjarige reeksen op inzake de bekostiging van de Kustwacht, ter borging van de continuïteit van de kustwachtorganisatie.