BWBR0042251
Geldig vanaf 2019-07-01
Artikel 10
Regeling organisatie Kustwacht Nederland
1. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat treedt op als coördinerend bewindspersoon voor de Kustwacht. Dit betekent dat hij verantwoordelijk is voor:
a. de afstemmingsprocessen tussen de ministers om te komen tot een duurzame en integrale visie op de Kustwacht, de kustwachtorganisatie en de inzet van personeel en materieel;
b. de afstemmingsprocessen tussen de ministers ten behoeve van de integrale opdrachtverlening aan de Directeur Kustwacht; en
c. het bewaken van de uitvoering van de afgesproken taken namens de ministers.
2. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het jaarlijks opstellen van een dienstverleningsplan en een maritieme security plan en legt deze, als onderdeel van het gecombineerde jaarplan, ter goedkeuring voor aan de ministerraad.
3. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat richt samen met de andere Ministers die het aangaat en het gezag een of meer overlegstructuren in ten behoeve van het opstellen van het maritieme security plan. Aan het overleg nemen de opdrachtgevende en uitvoerende vertegenwoordigers van de betrokken Ministers deel.
4. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat organiseert de afstemmingsprocessen tussen de ministers die opdracht geven tot uitvoering van dienstverleningstaken en maritieme securitytaken om zo te komen tot een samenhangende opdrachtverlening ten behoeve van de uitvoering van deze taken.
5. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat neemt het overzicht, genoemd in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, op in zijn begroting.
6. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat legt het gecombineerd jaarplan ter goedkeuring voor aan de ministerraad.
a. de afstemmingsprocessen tussen de ministers om te komen tot een duurzame en integrale visie op de Kustwacht, de kustwachtorganisatie en de inzet van personeel en materieel;
b. de afstemmingsprocessen tussen de ministers ten behoeve van de integrale opdrachtverlening aan de Directeur Kustwacht; en
c. het bewaken van de uitvoering van de afgesproken taken namens de ministers.
2. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het jaarlijks opstellen van een dienstverleningsplan en een maritieme security plan en legt deze, als onderdeel van het gecombineerde jaarplan, ter goedkeuring voor aan de ministerraad.
3. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat richt samen met de andere Ministers die het aangaat en het gezag een of meer overlegstructuren in ten behoeve van het opstellen van het maritieme security plan. Aan het overleg nemen de opdrachtgevende en uitvoerende vertegenwoordigers van de betrokken Ministers deel.
4. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat organiseert de afstemmingsprocessen tussen de ministers die opdracht geven tot uitvoering van dienstverleningstaken en maritieme securitytaken om zo te komen tot een samenhangende opdrachtverlening ten behoeve van de uitvoering van deze taken.
5. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat neemt het overzicht, genoemd in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, op in zijn begroting.
6. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat legt het gecombineerd jaarplan ter goedkeuring voor aan de ministerraad.