BWBR0042210
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 11.1
Aanpassingswet Wnra
1. Titel II van de Ambtenarenwet blijft tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing op de leden van zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenen leden van adviescolleges als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet adviescolleges, voor zover zij ambtenaar zijn in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet.
2. De titels III en IIIa van de Ambtenarenwet blijven tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing op de leden, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de leden van zelfstandige bestuursorganen en adviescolleges op wie op grond van artikel 2 van de Ambtenarenwet die titels op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenarenniet van toepassing waren.
3. In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017blijven algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het tweede lid bedoelde leden die tot stand zijn gebracht op grond van titel III of titel IIIa van de Ambtenarenwet tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, op hen van toepassing.
4. Algemeen verbindende voorschriften die op grond van titel III of titel IIIa van de Ambtenarenwet tot stand zijn gebracht blijven van toepassing voor zover zij op de leden, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid.
5. Voor zover de in het derde en vierde lid bedoelde algemeen verbindende voorschriften bedragen bevatten, worden deze bedragen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenarentelkens aangepast overeenkomstig de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.
2. De titels III en IIIa van de Ambtenarenwet blijven tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing op de leden, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de leden van zelfstandige bestuursorganen en adviescolleges op wie op grond van artikel 2 van de Ambtenarenwet die titels op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenarenniet van toepassing waren.
3. In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017blijven algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het tweede lid bedoelde leden die tot stand zijn gebracht op grond van titel III of titel IIIa van de Ambtenarenwet tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, op hen van toepassing.
4. Algemeen verbindende voorschriften die op grond van titel III of titel IIIa van de Ambtenarenwet tot stand zijn gebracht blijven van toepassing voor zover zij op de leden, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid.
5. Voor zover de in het derde en vierde lid bedoelde algemeen verbindende voorschriften bedragen bevatten, worden deze bedragen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenarentelkens aangepast overeenkomstig de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.