1. Op ambtenaren die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenarenin dienst zijn van een ander openbaar lichaam dan een veiligheidsregio als bedoeld in artikel 11.2, eerste lid, dat uitvoering geeft aan taken met betrekking tot de brandweerzorg, bedoeld in
artikel 25, eerste en tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s, is
artikel 14, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017van toepassing op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. Op de andere openbare lichamen, bedoeld in het eerste lid, blijft
artikel 33b, eerste lid, onderdeel d, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, van toepassing tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.
3. Op ambtenaren in dienst van de andere openbare lichamen, bedoeld in het eerste lid, blijven de titels II, III en IIIa van de Ambtenarenwet tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.
4. Op algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, alsmede ambtenaren die met toepassing van het tweede lid zijn aangesteld, is
artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017op het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.
5. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op ambtenaren ten aanzien van wie, op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn of zouden zijn die uitsluitend gelden doordat die ambtenaren zijn of worden belast met werkzaamheden ter uitvoering van
artikel 4, tweede lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg. Het vierde lid is niet van toepassing, voor zover de daar bedoelde algemeen verbindende voorschriften de rechtpositie van de in de eerste zin bedoelde ambtenaren betreffen.