BWBR0042190
Geldig vanaf 01-05-2019
Artikel 3
Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
1. Per programma en categorie wordt een aanvraag digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.
2. Bij aanvragen voor realisering gelden in beginsel vaste indienmomenten per categorie. Aanvragen voor realisering, zoals de afwerking van een filmproductie waarvoor geen vast indienmoment geldt, kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend, tot uiterlijk acht weken voor de eerste openbaarmaking. Voor korte filmproducties kan de uiterste indientermijn verkort worden tot vijf weken voor de eerste openbaarmaking. Informatie over indienrondes en eventuele indienstops wordt gepubliceerd op de website van het Fonds (www.filmfonds.nl).
3. Aanvragen voor realisering van eenzelfde filmproductie kunnen, na een afwijzend besluit daarover, eenmaal opnieuw worden ingediend. Een aanvraag voor eenzelfde filmproductie, die tweemaal door het bestuur is afgewezen, wordt niet meer in behandeling genomen.
4. De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen, voorafgaand aan de aanvraag geen negatieve ontwikkeling heeft gekend die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager en, naar reële verwachting, deze ook niet zal kennen.
5. Bij aanvragen voor realisering van filmproducties overlegt de aanvrager de verklaring(en) van de (film)distributeurs en/of derden die zich wat betreft financiering, vertoning en/of exploitatie aan de filmproductie verbinden.
6. De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert over (een exclusieve optie op) de voor de filmproductie noodzakelijke exclusieve verfilmings- en exploitatierechten rechten te beschikken.
7. De aanvrager overlegt een planning en daarop aansluitende begroting en financieringsplan waaruit blijkt dat er aantoonbaar sprake is geweest van een grondige artistieke en productionele ontwikkeling van de filmproductie in voorbereiding op de realisering.
2. Bij aanvragen voor realisering gelden in beginsel vaste indienmomenten per categorie. Aanvragen voor realisering, zoals de afwerking van een filmproductie waarvoor geen vast indienmoment geldt, kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend, tot uiterlijk acht weken voor de eerste openbaarmaking. Voor korte filmproducties kan de uiterste indientermijn verkort worden tot vijf weken voor de eerste openbaarmaking. Informatie over indienrondes en eventuele indienstops wordt gepubliceerd op de website van het Fonds (www.filmfonds.nl).
3. Aanvragen voor realisering van eenzelfde filmproductie kunnen, na een afwijzend besluit daarover, eenmaal opnieuw worden ingediend. Een aanvraag voor eenzelfde filmproductie, die tweemaal door het bestuur is afgewezen, wordt niet meer in behandeling genomen.
4. De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen, voorafgaand aan de aanvraag geen negatieve ontwikkeling heeft gekend die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager en, naar reële verwachting, deze ook niet zal kennen.
5. Bij aanvragen voor realisering van filmproducties overlegt de aanvrager de verklaring(en) van de (film)distributeurs en/of derden die zich wat betreft financiering, vertoning en/of exploitatie aan de filmproductie verbinden.
6. De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert over (een exclusieve optie op) de voor de filmproductie noodzakelijke exclusieve verfilmings- en exploitatierechten rechten te beschikken.
7. De aanvrager overlegt een planning en daarop aansluitende begroting en financieringsplan waaruit blijkt dat er aantoonbaar sprake is geweest van een grondige artistieke en productionele ontwikkeling van de filmproductie in voorbereiding op de realisering.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042190
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl