BWBR0042163
Geldig vanaf 2019-04-30
Artikel 11
Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. aantrekkende woonkern: een woonkern die potentiële lokale klanten aantrekt;
b. omliggende woonkern: een woonkern binnen een straal van 20 kilometer rondom de aantrekkende woonkern, met inbegrip van de aantrekkende woonkern zelf;
c. concurrerende woonkern: andere woonkern dan de aantrekkende woonkern die binnen een straal van 20 kilometer rondom de omliggende woonkern ligt;
d. gecorrigeerd aantal inwoners: het aantal inwoners van de woonkern, vermeerderd met een aandeel van de in de gemeente waarbinnen de woonkern is gelegen, niet in enige woonkern wonende inwoners. Dit aandeel is gelijk aan het aandeel van de inwoners van de woonkern in het totaal aantal in een woonkern binnen de gemeente wonende inwoners.
2. Het aantal potentiële lokale klanten in een gemeente, bedoeld in maatstaf 13 van bijlage 2 bij het besluit, wordt berekend door het aantal potentiële klanten van alle woonkernen in een gemeente bij elkaar op te tellen.
3. Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern is het aantal klanten dat een woonkern aantrekt uit alle omliggende woonkernen.
4. Het aantal klanten dat de aantrekkende woonkern aantrekt uit één omliggende woonkern wordt berekend door het gecorrigeerde aantal inwoners van de omliggende woonkern te vermenigvuldigen met de toeloopkans.
5. De toeloopkans wordt berekend door de aantrekkingskracht van de aantrekkende woonkern te delen door de gezamenlijke aantrekkingskracht van de aantrekkende woonkern en concurrerende woonkernen.
6. De aantrekkingskracht van zowel de aantrekkende woonkern als de concurrerende woonkern wordt berekend op basis van de volgende formule:
waarbij A kde aantrekkingskracht weergeeft, I het gecorrigeerde aantal inwoners en A de afstand in kilometers tot de omliggende woonkern.
7. De afstand tot de omliggende woonkern, bedoeld in het zesde lid, is de hemelsbreed gemeten afstand tussen de zwaartepunten van de aantrekkende of concurrerende woonkern en de omliggende woonkern in kilometers. De coördinaten van een zwaartepunt worden bepaald door het gewogen gemiddelde te bepalen van de coördinaten van de middelpunten van de rastervierkanten die de kern vormen. De weging geschiedt op basis van het totaal van verblijfsobjecten en stand- en ligplaatsen per rastervierkant. De afstand van de aantrekkende woonkern tot zichzelf wordt op één kilometer gesteld.
a. aantrekkende woonkern: een woonkern die potentiële lokale klanten aantrekt;
b. omliggende woonkern: een woonkern binnen een straal van 20 kilometer rondom de aantrekkende woonkern, met inbegrip van de aantrekkende woonkern zelf;
c. concurrerende woonkern: andere woonkern dan de aantrekkende woonkern die binnen een straal van 20 kilometer rondom de omliggende woonkern ligt;
d. gecorrigeerd aantal inwoners: het aantal inwoners van de woonkern, vermeerderd met een aandeel van de in de gemeente waarbinnen de woonkern is gelegen, niet in enige woonkern wonende inwoners. Dit aandeel is gelijk aan het aandeel van de inwoners van de woonkern in het totaal aantal in een woonkern binnen de gemeente wonende inwoners.
2. Het aantal potentiële lokale klanten in een gemeente, bedoeld in maatstaf 13 van bijlage 2 bij het besluit, wordt berekend door het aantal potentiële klanten van alle woonkernen in een gemeente bij elkaar op te tellen.
3. Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern is het aantal klanten dat een woonkern aantrekt uit alle omliggende woonkernen.
4. Het aantal klanten dat de aantrekkende woonkern aantrekt uit één omliggende woonkern wordt berekend door het gecorrigeerde aantal inwoners van de omliggende woonkern te vermenigvuldigen met de toeloopkans.
5. De toeloopkans wordt berekend door de aantrekkingskracht van de aantrekkende woonkern te delen door de gezamenlijke aantrekkingskracht van de aantrekkende woonkern en concurrerende woonkernen.
6. De aantrekkingskracht van zowel de aantrekkende woonkern als de concurrerende woonkern wordt berekend op basis van de volgende formule:
waarbij A kde aantrekkingskracht weergeeft, I het gecorrigeerde aantal inwoners en A de afstand in kilometers tot de omliggende woonkern.
7. De afstand tot de omliggende woonkern, bedoeld in het zesde lid, is de hemelsbreed gemeten afstand tussen de zwaartepunten van de aantrekkende of concurrerende woonkern en de omliggende woonkern in kilometers. De coördinaten van een zwaartepunt worden bepaald door het gewogen gemiddelde te bepalen van de coördinaten van de middelpunten van de rastervierkanten die de kern vormen. De weging geschiedt op basis van het totaal van verblijfsobjecten en stand- en ligplaatsen per rastervierkant. De afstand van de aantrekkende woonkern tot zichzelf wordt op één kilometer gesteld.