1. Tot het aantal leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs, bedoeld in maatstaf 15a van
bijlage 2 bij het besluit, worden de leerlingen gerekend die in de gemeente onderwijs volgen aan een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.
2. Tot het aantal leerlingen voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in maatstaf 15a van
bijlage 2 bij het besluit, worden de leerlingen gerekend die in de gemeente:
a. praktijkonderwijs volgen als bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs; of
b. speciaal of voortgezet speciaal onderwijs volgen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra.
3. Indien in een gemeente een gesloten accommodatie voor jeugdzorg dan wel een justitiële jeugdinrichting met gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting aanwezig is, wordt het aantal leerlingen dat het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, in deze instellingen volgt, gelijkgesteld aan de toegekende leerlingencapaciteit in deze instellingen voor dit onderwijs.
4. Correctie vindt plaats door:
a. het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid, en het tweede lid, onderdeel a, te vermenigvuldigen met 1,98;
b. het totaal aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, te vermenigvuldigen met 3,46. Indien bij het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid een groepsgrootte van 2, 3 of 6 leerlingen van toepassing is wordt deze uitkomst vervolgens vermenigvuldigd met respectievelijk 4,30, 2,86 en 1,43.