BWBR0042137
Geldig vanaf 2019-06-15
Artikel 5:1
Regeling tachografen
1. De Dienst Wegverkeer kan werkzaamheden aan een steekproefsgewijze controle onderwerpen.
2. De steekproefsgewijze controle vangt aan op het moment dat de Dienst Wegverkeer de erkenninghouder meedeelt dat deze controle gaat plaatsvinden.
3. Na aanvang van de steekproefsgewijze controle worden aan of in het voertuig of de tachograaf waarop de controle ziet, gedurende 90 minuten geen handelingen verricht.
4. Voorafgaande aan de steekproefsgewijze controle overhandigt de erkenninghouder of tachograaftechnicus de aan de werkzaamheden gerelateerde documenten en het installatieplaatje aan de Dienst Wegverkeer.
5. Tijdens de steekproefsgewijze controle:
a. is de tachograaftechnicus die werkzaamheden aan de tachograaf verrichtte, aanwezig vanaf het moment dat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, is gedaan;
b. verleent de tachograaftechnicus assistentie bij het uitvoeren van de steekproefsgewijze controle;
c. worden de noodzakelijke werkplaatsruimte, apparatuur en documentatie, en het voertuig waaraan werkzaamheden worden verricht gedurende de steekproefsgewijze controle beschikbaar gesteld.
6. De erkenninghouder ontvangt na de steekproefsgewijze controle slechts een door een medewerker van de Dienst Wegvervoer getekend steekproefcontrolerapport indien:
a. de tachograaf niet voldoet aan de werkzaamheden zoals verwoord in de hoofdstukken 2 en 3;
b. de registerkaart niet, onjuist of onvolledig is ingevuld; of
c. de voorschriften met betrekking tot de steekproef niet in acht zijn genomen.
7. Het rapport, bedoeld in het zesde lid, wordt ook getekend door de tachograaftechnicus of erkenninghouder.
2. De steekproefsgewijze controle vangt aan op het moment dat de Dienst Wegverkeer de erkenninghouder meedeelt dat deze controle gaat plaatsvinden.
3. Na aanvang van de steekproefsgewijze controle worden aan of in het voertuig of de tachograaf waarop de controle ziet, gedurende 90 minuten geen handelingen verricht.
4. Voorafgaande aan de steekproefsgewijze controle overhandigt de erkenninghouder of tachograaftechnicus de aan de werkzaamheden gerelateerde documenten en het installatieplaatje aan de Dienst Wegverkeer.
5. Tijdens de steekproefsgewijze controle:
a. is de tachograaftechnicus die werkzaamheden aan de tachograaf verrichtte, aanwezig vanaf het moment dat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, is gedaan;
b. verleent de tachograaftechnicus assistentie bij het uitvoeren van de steekproefsgewijze controle;
c. worden de noodzakelijke werkplaatsruimte, apparatuur en documentatie, en het voertuig waaraan werkzaamheden worden verricht gedurende de steekproefsgewijze controle beschikbaar gesteld.
6. De erkenninghouder ontvangt na de steekproefsgewijze controle slechts een door een medewerker van de Dienst Wegvervoer getekend steekproefcontrolerapport indien:
a. de tachograaf niet voldoet aan de werkzaamheden zoals verwoord in de hoofdstukken 2 en 3;
b. de registerkaart niet, onjuist of onvolledig is ingevuld; of
c. de voorschriften met betrekking tot de steekproef niet in acht zijn genomen.
7. Het rapport, bedoeld in het zesde lid, wordt ook getekend door de tachograaftechnicus of erkenninghouder.