BWBR0042137
Geldig vanaf 2019-06-15
Artikel 3:3
Regeling tachografen
1. De tachograaftechnicus beoordeelt tijdens de werkzaamheden of de tachograaf is gemanipuleerd en of er manipulatieapparatuur aanwezig is.
2. De manipulatiecontrole bestaat uit de volgende elementen:
a. controle op aanwezigheid van manipulatieapparatuur;
b. controle parameters tachograaf in overeenstemming met het installatieplaatje;
c. controle op verbroken of niet aanwezige verzegelingen;
d. controle op beschadigingen van de installatie die de integriteit van de tachograaf in twijfel trekken;
e. controle op aanwezige voorvallen en gebeurtenissen in de tachograaf die duiden op manipulatie met behulp van de afdruk; en
f. verificatie van de bewegingssensor om manipulatieapparatuur detecteren.
3. Vaststelling van manipulatie dan wel aanwezigheid van manipulatieapparatuur wordt zo spoedig mogelijk aan de Dienst Wegverkeer gemeld met gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer daartoe bekendgemaakt formulier.
2. De manipulatiecontrole bestaat uit de volgende elementen:
a. controle op aanwezigheid van manipulatieapparatuur;
b. controle parameters tachograaf in overeenstemming met het installatieplaatje;
c. controle op verbroken of niet aanwezige verzegelingen;
d. controle op beschadigingen van de installatie die de integriteit van de tachograaf in twijfel trekken;
e. controle op aanwezige voorvallen en gebeurtenissen in de tachograaf die duiden op manipulatie met behulp van de afdruk; en
f. verificatie van de bewegingssensor om manipulatieapparatuur detecteren.
3. Vaststelling van manipulatie dan wel aanwezigheid van manipulatieapparatuur wordt zo spoedig mogelijk aan de Dienst Wegverkeer gemeld met gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer daartoe bekendgemaakt formulier.