BWBR0042123
Geldig vanaf 2019-04-19
Artikel 12
Regeling werkwijze en bevoegdheden Inspectie Veiligheid Defensie
1. Na afloop van ieder onderzoek maakt de inspectie een rapport op waarin haar bevindingen worden vastgelegd en conclusies en aanbevelingen worden geformuleerd. Het rapport wordt door de Inspecteur-Generaal vastgesteld en aangeboden aan de Minister.
2. De Inspecteur-Generaal maakt het rapport, bedoeld in het eerste lid, openbaar, tenzij een wettelijke grond of een volkenrechtelijke overeenkomst hieraan in de weg staat; in die gevallen wordt het rapport niet of slechts gedeeltelijk openbaar gemaakt.
3. Persoonsgegevens worden niet openbaar gemaakt, tenzij openbaarmaking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.
4. Alvorens het rapport openbaar wordt gemaakt, geeft de Inspecteur-Generaal de Minister de gelegenheid tot het formuleren van een beleidsreactie. Indien de Minister besluit om een beleidsreactie op te stellen, wordt deze tegelijk met het rapport openbaar gemaakt. De openbaarmaking wordt hiertoe ten hoogste zes weken aangehouden.
5. Bij langdurige onderzoeken kan de Inspecteur-Generaal een tussenrapportage vaststellen.
2. De Inspecteur-Generaal maakt het rapport, bedoeld in het eerste lid, openbaar, tenzij een wettelijke grond of een volkenrechtelijke overeenkomst hieraan in de weg staat; in die gevallen wordt het rapport niet of slechts gedeeltelijk openbaar gemaakt.
3. Persoonsgegevens worden niet openbaar gemaakt, tenzij openbaarmaking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.
4. Alvorens het rapport openbaar wordt gemaakt, geeft de Inspecteur-Generaal de Minister de gelegenheid tot het formuleren van een beleidsreactie. Indien de Minister besluit om een beleidsreactie op te stellen, wordt deze tegelijk met het rapport openbaar gemaakt. De openbaarmaking wordt hiertoe ten hoogste zes weken aangehouden.
5. Bij langdurige onderzoeken kan de Inspecteur-Generaal een tussenrapportage vaststellen.