BWBR0042096
Geldig vanaf 05-04-2019
Artikel 7
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit 2019
1. De uitoefening door de functionaris van diens mandaat, volmacht of machtiging geschiedt met inachtneming van:
a. algemene en bijzondere aanwijzingen van degene die het mandaat, de volmacht of de machtiging heeft gegeven;
b. de van toepassing zijnde wetgeving, beleidsregels, rechtspositionele regels en het toegewezen budget.
2. Elke functionaris aan wie mandaat, volmacht of machtiging is verleend heeft een informatieplicht en signaleringsplicht jegens degene die de bevoegdheid heeft verleend.
3. Een functionaris treedt vooraf in overleg met de raad of de portefeuillehouder over een te nemen besluit, indien:
a. het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerd beleid;
b. te verwachten valt dat de raad van bestuur of een portefeuillehouder op zijn verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit zal worden aangesproken;
c. uit het besluit aanzienlijke financiële, juridische, organisatorische, politiek/bestuurlijke en/of publicitaire consequenties kunnen voortvloeien;
d. de raad van bestuur of een portefeuillehouder deze wens kenbaar heeft gemaakt.
4. Indien de portefeuillehouder dit nodig acht, wordt de zaak ter nadere besluitvorming aan de raad voorgelegd.
a. algemene en bijzondere aanwijzingen van degene die het mandaat, de volmacht of de machtiging heeft gegeven;
b. de van toepassing zijnde wetgeving, beleidsregels, rechtspositionele regels en het toegewezen budget.
2. Elke functionaris aan wie mandaat, volmacht of machtiging is verleend heeft een informatieplicht en signaleringsplicht jegens degene die de bevoegdheid heeft verleend.
3. Een functionaris treedt vooraf in overleg met de raad of de portefeuillehouder over een te nemen besluit, indien:
a. het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerd beleid;
b. te verwachten valt dat de raad van bestuur of een portefeuillehouder op zijn verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit zal worden aangesproken;
c. uit het besluit aanzienlijke financiële, juridische, organisatorische, politiek/bestuurlijke en/of publicitaire consequenties kunnen voortvloeien;
d. de raad van bestuur of een portefeuillehouder deze wens kenbaar heeft gemaakt.
4. Indien de portefeuillehouder dit nodig acht, wordt de zaak ter nadere besluitvorming aan de raad voorgelegd.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042096
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl