Artikel 1
Aan de directeuren, programmadirecteuren, afdelingshoofden en programmamanagers als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaatworden de door de Minister aan de directeur-generaal Mobiliteit verleende bevoegdheden, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat, voor zover die behoren bij hun taken, bedoeld in artikel 6, achtste lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat, in ondermandaat verleend.