BWBR0042021
Geldig vanaf 2016-08-01
Artikel 2b
Gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Overijssel
1. Aan het bestuur van Het Historisch Centrum Overijssel zijn de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de colleges en de Minister overgedragen:
a. de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden die berusten in de in artikel 2 genoemde archiefbewaarplaatsen;
b. de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 16, tweede lid, 17, 18, 19, 20, 31 en 32, eerste en derde lid, van de Archiefwet 1995;
c. de bevoegdheid van de Minister om op grond van de artikelen 25 en 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de provincie te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
d. het adviseren en het doen van voorstellen aan de Minister en de colleges over de taken en bevoegdheden, die door de Minister of de colleges worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13, 15, eerste en tweede lid, 30 en 32, tweede lid, van de Archiefwet 1995, en
e. het verrichten van door de Minister of de colleges opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2.
2. Het Historisch Centrum Overijssel voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het eerste lid, het archiefbeleid en cultuurbeleid van de Minister en de gemeenten mede uit.
3. Het Historisch Centrum Overijssel stelt zich tevens ten doel het in de archieven ondergebrachte cultureel erfgoed op actieve wijze toegankelijk te maken voor en onder de aandacht te brengen van een breed publiek.
a. de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de archiefbescheiden die berusten in de in artikel 2 genoemde archiefbewaarplaatsen;
b. de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 16, tweede lid, 17, 18, 19, 20, 31 en 32, eerste en derde lid, van de Archiefwet 1995;
c. de bevoegdheid van de Minister om op grond van de artikelen 25 en 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de provincie te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
d. het adviseren en het doen van voorstellen aan de Minister en de colleges over de taken en bevoegdheden, die door de Minister of de colleges worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13, 15, eerste en tweede lid, 30 en 32, tweede lid, van de Archiefwet 1995, en
e. het verrichten van door de Minister of de colleges opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2.
2. Het Historisch Centrum Overijssel voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het eerste lid, het archiefbeleid en cultuurbeleid van de Minister en de gemeenten mede uit.
3. Het Historisch Centrum Overijssel stelt zich tevens ten doel het in de archieven ondergebrachte cultureel erfgoed op actieve wijze toegankelijk te maken voor en onder de aandacht te brengen van een breed publiek.