BWBR0041904
Geldig vanaf 14-02-2019
Artikel 2
Besluit instelling Bedrijfscommissie Markt II
1. De bedrijfscommissie bestaat uit 12 leden en 12 plaatsvervangende leden.
2. Van deze leden en plaatsvervangende leden worden de volgende aantallen benoemd door de daarbij vermelde organisaties:
a. organisaties van ondernemers – 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Sociaal Werk Nederland en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB), Cultuurconnectie en Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
– 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Sociaal Werk Nederland en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB), Cultuurconnectie en Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
b. organisaties van werknemers – 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: Vereniging FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Algemene Onderwijsbond (Aob) en de rechtsopvolgers van FNV KIEM (zijnde FNV Media & Cultuur en Kunstenbond) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Connectief en CNV Vakmensen gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv);
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
– 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: Vereniging FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Algemene Onderwijsbond (Aob) en de rechtsopvolgers van FNV KIEM (zijnde FNV Media & Cultuur en Kunstenbond) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Connectief en CNV Vakmensen gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv);
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
2. Van deze leden en plaatsvervangende leden worden de volgende aantallen benoemd door de daarbij vermelde organisaties:
a. organisaties van ondernemers – 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Sociaal Werk Nederland en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB), Cultuurconnectie en Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
– 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Sociaal Werk Nederland en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB), Cultuurconnectie en Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
b. organisaties van werknemers – 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: Vereniging FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Algemene Onderwijsbond (Aob) en de rechtsopvolgers van FNV KIEM (zijnde FNV Media & Cultuur en Kunstenbond) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Connectief en CNV Vakmensen gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv);
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
– 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: Vereniging FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Algemene Onderwijsbond (Aob) en de rechtsopvolgers van FNV KIEM (zijnde FNV Media & Cultuur en Kunstenbond) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Connectief en CNV Vakmensen gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv);
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0041904
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl