1. De bedrijfscommissie bestaat uit 12 leden en 12 plaatsvervangende leden.
2. Van deze leden en plaatsvervangende leden worden de volgende aantallen benoemd door de daarbij vermelde organisaties:
a. organisaties van ondernemers – 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Sociaal Werk Nederland en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB), Cultuurconnectie en Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
– 3 leden en 3 plaatsvervangende leden door: ActiZ organisatie van zorgondernemers, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland) en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Sociaal Werk Nederland en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB), Cultuurconnectie en Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: MBO-Raad, Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten (VSNU) en Werkgeversorganisatie in de Sport (WOS) gezamenlijk.
b. organisaties van werknemers – 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: Vereniging FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Algemene Onderwijsbond (Aob) en de rechtsopvolgers van FNV KIEM (zijnde FNV Media & Cultuur en Kunstenbond) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Connectief en CNV Vakmensen gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv);
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.
– 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door: Vereniging FNV;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Algemene Onderwijsbond (Aob) en de rechtsopvolgers van FNV KIEM (zijnde FNV Media & Cultuur en Kunstenbond) gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: CNV Connectief en CNV Vakmensen gezamenlijk;
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv);
– 1 lid en 1 plaatsvervangend lid door: Federatie van beroepsorganisaties in de zorg (FBZ), Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) en Nieuwe Unie ’91 (NU ’91) gezamenlijk.