BWBR0041860
Geldig vanaf 2019-01-31
Artikel 10
Instellingsbesluit Tijdelijke adviescommissie regionaal investeringsfonds mbo
1. De vergoeding van de voorzitter van de commissie bedraagt € 362,22 per dagdeel.
2. De vergoeding van de overige leden bedraagt € 331,– per dagdeel.
3. Een commissielid ontvangt de volgende vergoeding:
a. voor het beoordelen van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 21 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 of artikel 19 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027: 1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
2°. één dagdeel voor het bijwonen van de mondelinge toelichting, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 of artikel 19, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;
1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
2°. één dagdeel voor het bijwonen van de mondelinge toelichting, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 of artikel 19, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;
b. voor het beoordelen van een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 22 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022: 1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
2°. één dagdeel voor het bijwonen van het gesprek of het bezoek aan het project, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;
1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
2°. één dagdeel voor het bijwonen van het gesprek of het bezoek aan het project, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;
c. per aanvraagperiode één dagdeel voor het uitbrengen van advies aan de Minister.
4. Naast de vergoeding in het derde lid, kan de voorzitter in overleg met het ministerie ten hoogste twee dagdelen per commissielid reserveren voor werkzaamheden van de commissie betreffende voorbereiding en evaluatie.
2. De vergoeding van de overige leden bedraagt € 331,– per dagdeel.
3. Een commissielid ontvangt de volgende vergoeding:
a. voor het beoordelen van een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 21 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 of artikel 19 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027: 1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
2°. één dagdeel voor het bijwonen van de mondelinge toelichting, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 of artikel 19, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;
1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
2°. één dagdeel voor het bijwonen van de mondelinge toelichting, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 of artikel 19, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;
b. voor het beoordelen van een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 22 van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022: 1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
2°. één dagdeel voor het bijwonen van het gesprek of het bezoek aan het project, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;
1°. twee dagdelen voor het bestuderen van de stukken; en
2°. één dagdeel voor het bijwonen van het gesprek of het bezoek aan het project, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden;
c. per aanvraagperiode één dagdeel voor het uitbrengen van advies aan de Minister.
4. Naast de vergoeding in het derde lid, kan de voorzitter in overleg met het ministerie ten hoogste twee dagdelen per commissielid reserveren voor werkzaamheden van de commissie betreffende voorbereiding en evaluatie.