BWBR0041816
Geldig vanaf 2019-02-01
Artikel 2.5
Subsidieregeling veelbelovende zorg
1. De aanvraag tot verlening van de subsidie bestaat in elk geval uit:
a. Een beschrijving in het Engels van het doel en de relevantie van het project;
b. Een in het Engels opgesteld en uitgewerkt onderzoeksvoorstel, met bijbehorend activiteitenoverzicht;
c. Een beschrijving in het Engels van de systematische review van de effectiviteit en systematische review van de kosteneffectiviteit van de interventie-indicatiecombinatie;
d. Een begroting van de zorgkosten en de onderzoekskosten, uitgesplitst naar de volgende vier onderdelen: 1° zorgactiviteiten van de aanvrager;
2° zorgactiviteiten van de deelnemende centra, inclusief btw;
3° onderzoeksactiviteiten van de aanvrager;
4° onderzoeksactiviteiten van de deelnemende centra, inclusief btw;
1° zorgactiviteiten van de aanvrager;
2° zorgactiviteiten van de deelnemende centra, inclusief btw;
3° onderzoeksactiviteiten van de aanvrager;
4° onderzoeksactiviteiten van de deelnemende centra, inclusief btw;
e. Een onderschrijving van de aanvraag door de beroepsgroep en de betreffende patiëntenorganisatie;
f. Een intentieverklaring van elke betrokken zorgaanbieder, waarbij een inschatting wordt gegeven van het aantal patiënten dat de zorgaanbieder zal voordragen voor deelname aan het project;
g. Een uitgewerkte onderbouwing waarin aannemelijk gemaakt wordt dat sprake is van marktfalen waardoor het project zonder subsidie niet, niet in dezelfde mate of niet onder dezelfde voorwaarden uitgevoerd kan worden;
h. Een raming van de zorgkosten voor patiënten voor de periode lopend vanaf het einde van de behandeling conform het onderzoeksprotocol tot aan de beslissing van het Zorginstituut over de toelating van de interventie tot het basispakket voor patiënten met chronische aandoeningen die: – aan het onderzoek hebben deelgenomen;
– behandeld zijn met de te onderzoeken interventie; en
– waarvoor de behandelend arts positief heeft geadviseerd over voortzetting van de behandeling;
– aan het onderzoek hebben deelgenomen;
– behandeld zijn met de te onderzoeken interventie; en
– waarvoor de behandelend arts positief heeft geadviseerd over voortzetting van de behandeling;
i. een bankafschrift van de aanvrager dat op het moment van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden.
2. Indien een medisch hulpmiddel dat gebruikt wordt bij het onderzoek naar de interventie-indicatiecombinatie nog niet beschikt over een bij de interventie-indicatiecombinatie passende CE-markering legt de aanvrager een schriftelijke verklaring van de fabrikant over waarin deze toezegt dat hij bij positieve onderzoeksresultaten een CE-markering aanvraagt binnen drie maanden nadat het eindverslag, bedoeld in artikel 4.2, bij het Zorginstituut is ingediend.
3. Op verzoek van het Zorginstituut legt de aanvrager een volledig en recent overzicht van zijn financiële situatie over.
a. Een beschrijving in het Engels van het doel en de relevantie van het project;
b. Een in het Engels opgesteld en uitgewerkt onderzoeksvoorstel, met bijbehorend activiteitenoverzicht;
c. Een beschrijving in het Engels van de systematische review van de effectiviteit en systematische review van de kosteneffectiviteit van de interventie-indicatiecombinatie;
d. Een begroting van de zorgkosten en de onderzoekskosten, uitgesplitst naar de volgende vier onderdelen: 1° zorgactiviteiten van de aanvrager;
2° zorgactiviteiten van de deelnemende centra, inclusief btw;
3° onderzoeksactiviteiten van de aanvrager;
4° onderzoeksactiviteiten van de deelnemende centra, inclusief btw;
1° zorgactiviteiten van de aanvrager;
2° zorgactiviteiten van de deelnemende centra, inclusief btw;
3° onderzoeksactiviteiten van de aanvrager;
4° onderzoeksactiviteiten van de deelnemende centra, inclusief btw;
e. Een onderschrijving van de aanvraag door de beroepsgroep en de betreffende patiëntenorganisatie;
f. Een intentieverklaring van elke betrokken zorgaanbieder, waarbij een inschatting wordt gegeven van het aantal patiënten dat de zorgaanbieder zal voordragen voor deelname aan het project;
g. Een uitgewerkte onderbouwing waarin aannemelijk gemaakt wordt dat sprake is van marktfalen waardoor het project zonder subsidie niet, niet in dezelfde mate of niet onder dezelfde voorwaarden uitgevoerd kan worden;
h. Een raming van de zorgkosten voor patiënten voor de periode lopend vanaf het einde van de behandeling conform het onderzoeksprotocol tot aan de beslissing van het Zorginstituut over de toelating van de interventie tot het basispakket voor patiënten met chronische aandoeningen die: – aan het onderzoek hebben deelgenomen;
– behandeld zijn met de te onderzoeken interventie; en
– waarvoor de behandelend arts positief heeft geadviseerd over voortzetting van de behandeling;
– aan het onderzoek hebben deelgenomen;
– behandeld zijn met de te onderzoeken interventie; en
– waarvoor de behandelend arts positief heeft geadviseerd over voortzetting van de behandeling;
i. een bankafschrift van de aanvrager dat op het moment van indienen van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden.
2. Indien een medisch hulpmiddel dat gebruikt wordt bij het onderzoek naar de interventie-indicatiecombinatie nog niet beschikt over een bij de interventie-indicatiecombinatie passende CE-markering legt de aanvrager een schriftelijke verklaring van de fabrikant over waarin deze toezegt dat hij bij positieve onderzoeksresultaten een CE-markering aanvraagt binnen drie maanden nadat het eindverslag, bedoeld in artikel 4.2, bij het Zorginstituut is ingediend.
3. Op verzoek van het Zorginstituut legt de aanvrager een volledig en recent overzicht van zijn financiële situatie over.