BWBR0041548
Geldig vanaf 2018-11-16
Artikel 6
Wet bekostiging financieel toezicht 2019
1. Het onthouden van de goedkeuring, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, vindt niet plaats dan nadat de toezichthouder in de gelegenheid is gesteld de begroting binnen een door Onze Ministers gezamenlijk te stellen redelijke termijn aan te passen.
2. De toezichthouder doet na goedkeuring van de begroting onverwijld mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt de begroting gedurende ten minste twee jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage.
3. Indien de begroting niet is goedgekeurd voor 1 januari van het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft, kan de toezichthouder, zolang de begroting niet is goedgekeurd, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen van de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan.
2. De toezichthouder doet na goedkeuring van de begroting onverwijld mededeling van de begroting in de Staatscourant en houdt de begroting gedurende ten minste twee jaar na goedkeuring op elektronische wijze ter inzage.
3. Indien de begroting niet is goedgekeurd voor 1 januari van het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft, kan de toezichthouder, zolang de begroting niet is goedgekeurd, voor het aangaan van verplichtingen en het verrichten van uitgaven beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelten van de bedragen die bij de overeenkomstige onderdelen van de begroting van het voorafgaande jaar waren toegestaan.