BWBR0041548
Geldig vanaf 2018-11-16
Artikel 4
Wet bekostiging financieel toezicht 2019
1. Onze Ministers stellen voor de begroting van de toezichthouders een kader op. De totale hoogte van het kader is in enig jaar niet hoger dan het maximum in het kader van het daaraan voorafgaande jaar met daarbij opgeteld:
a. loon- of prijsmutatie;
b. de naar kosten herleide mutaties in het takenpakket van de toezichthouder.
2. De begroting van de toezichthouder is in enig jaar niet hoger dan het maximum dat volgt uit het voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgestelde kader.
3. Onze Ministers informeren beide kamers der Staten-Generaal tijdig:
a. voorafgaand aan de vaststelling van een kostenkader;
b. voorafgaand aan de wijziging van een kostenkader;
c. bij overschrijding van een kostenkader door een toezichthouder.
4. Onze Ministers kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van dit artikel en informeren de beide kamers der Staten-Generaal hier tijdig over.
a. loon- of prijsmutatie;
b. de naar kosten herleide mutaties in het takenpakket van de toezichthouder.
2. De begroting van de toezichthouder is in enig jaar niet hoger dan het maximum dat volgt uit het voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgestelde kader.
3. Onze Ministers informeren beide kamers der Staten-Generaal tijdig:
a. voorafgaand aan de vaststelling van een kostenkader;
b. voorafgaand aan de wijziging van een kostenkader;
c. bij overschrijding van een kostenkader door een toezichthouder.
4. Onze Ministers kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van dit artikel en informeren de beide kamers der Staten-Generaal hier tijdig over.