BWBR0041451
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 2
Besluit verplaatsen en verkabelen hoogspanningsverbindingen
1. De indiener van een verzoek tot verplaatsing of vervanging als bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van de wet, betreffende een deel van een net dat is aangewezen op grond van onderdeel b van dat artikellid, of tot het doen van een onderzoek als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, betaalt van de kosten voor de uitvoering van het betreffende verzoek:
a. 20%, indien het deel zich bevindt in een gemeente met meer dan 30.000 inwoners, of
b. 15%, indien het deel zich bevindt in een gemeente met ten hoogste 30.000 inwoners.
2. In afwijking van het eerste lid betaalt de indiener voor de uitvoering van de verzoeken, bedoeld in het eerste lid, tezamen, een bedrag dat wordt berekend door € 975.000,– te vermenigvuldigen met het aantal kilometers, afgerond op één cijfer achter de komma, waaruit het aan te leggen deel bestaat, voor zover dat bedrag lager is dan het bedrag dat de indiener op grond van het eerste lid zou betalen.
3. De inwonertallen, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald aan de hand van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte gegevens betreffende de bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin het verzoek tot het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 22a, vierde lid, is ingediend.
4. Het in het tweede lid genoemde bedrag is uitgedrukt in het prijspeil van 2018 en wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde inputprijsindex voor Grond- weg- en waterbouw. Voor de berekening van het verschuldigde bedrag vindt de bijstelling van het bedrag plaats tot en met het jaar waarin het verzoek tot verplaatsing of vervanging, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van de wetis gedaan.
a. 20%, indien het deel zich bevindt in een gemeente met meer dan 30.000 inwoners, of
b. 15%, indien het deel zich bevindt in een gemeente met ten hoogste 30.000 inwoners.
2. In afwijking van het eerste lid betaalt de indiener voor de uitvoering van de verzoeken, bedoeld in het eerste lid, tezamen, een bedrag dat wordt berekend door € 975.000,– te vermenigvuldigen met het aantal kilometers, afgerond op één cijfer achter de komma, waaruit het aan te leggen deel bestaat, voor zover dat bedrag lager is dan het bedrag dat de indiener op grond van het eerste lid zou betalen.
3. De inwonertallen, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald aan de hand van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte gegevens betreffende de bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin het verzoek tot het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 22a, vierde lid, is ingediend.
4. Het in het tweede lid genoemde bedrag is uitgedrukt in het prijspeil van 2018 en wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde inputprijsindex voor Grond- weg- en waterbouw. Voor de berekening van het verschuldigde bedrag vindt de bijstelling van het bedrag plaats tot en met het jaar waarin het verzoek tot verplaatsing of vervanging, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van de wetis gedaan.