BWBR0041372
Geldig vanaf 2018-10-01
Artikel 7
Beleidsregel tegemoetkoming Q-koorts
1. Voor de aanvraag wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
2. Een Q-koortspatiënt is verplicht bij de aanvraag te verstrekken:
a. de gegevens waarnaar in het aanvraagformulier wordt gevraagd;
b. een verklaring dat hij is gediagnosticeerd met chronische Q-koorts, met QVS of een op QVS gelijkend ziektebeeld, als gevolg van een besmetting met Q-koorts in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011;
c. een machtiging om gegevens bij de behandelend medisch beroepsbeoefenaren of Q-support op te vragen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag; en
d. desgevraagd overige inlichtingen en bewijsstukken, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
3. De nabestaande of nabestaanden van een patiënt die is overleden aan chronische Q-koorts is of zijn verplicht bij de aanvraag te verstrekken:
a. de gegevens waarnaar in het aanvraagformulier wordt gevraagd;
b. een verklaring dat zijn of hun naaste is gediagnosticeerd met en overleden aan chronische Q-koorts, als gevolg van een besmetting met Q-koorts in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011;
c. een machtiging om gegevens bij de betrokken medisch beroepsbeoefenaren op te vragen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag; en
d. desgevraagd overige inlichtingen en bewijsstukken, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
4. Indien er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot het indienen van een gezamenlijke aanvraag en vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze beleidsregel.
5. De aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend vanaf 1 oktober 2018 en wordt uiterlijk 31 januari 2019 ontvangen.
6. Een aanvraag die na 31 januari 2019 wordt ontvangen, wordt afgewezen.
2. Een Q-koortspatiënt is verplicht bij de aanvraag te verstrekken:
a. de gegevens waarnaar in het aanvraagformulier wordt gevraagd;
b. een verklaring dat hij is gediagnosticeerd met chronische Q-koorts, met QVS of een op QVS gelijkend ziektebeeld, als gevolg van een besmetting met Q-koorts in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011;
c. een machtiging om gegevens bij de behandelend medisch beroepsbeoefenaren of Q-support op te vragen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag; en
d. desgevraagd overige inlichtingen en bewijsstukken, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
3. De nabestaande of nabestaanden van een patiënt die is overleden aan chronische Q-koorts is of zijn verplicht bij de aanvraag te verstrekken:
a. de gegevens waarnaar in het aanvraagformulier wordt gevraagd;
b. een verklaring dat zijn of hun naaste is gediagnosticeerd met en overleden aan chronische Q-koorts, als gevolg van een besmetting met Q-koorts in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011;
c. een machtiging om gegevens bij de betrokken medisch beroepsbeoefenaren op te vragen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag; en
d. desgevraagd overige inlichtingen en bewijsstukken, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
4. Indien er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot het indienen van een gezamenlijke aanvraag en vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze beleidsregel.
5. De aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend vanaf 1 oktober 2018 en wordt uiterlijk 31 januari 2019 ontvangen.
6. Een aanvraag die na 31 januari 2019 wordt ontvangen, wordt afgewezen.