BWBR0041372
Geldig vanaf 2018-10-01
Artikel 1
Beleidsregel tegemoetkoming Q-koorts
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Q-koorts: infectieziekte die kan overgaan van dieren op mensen, veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii;
Q-koortsuitbraak: de uitbraak van Q-koorts in Nederland in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2010;
Q-koortspatiënt: een nog in leven zijnde natuurlijke persoon die in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011 in Nederland is besmet met Q-koorts;
chronische Q-koorts: aandoening met langdurige ernstige klachten als gevolg van een acute Q-koortsinfectie, die blijkens bloedonderzoek heeft geleid tot een chronische infectie;
Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS): aandoening met ten minste zes maanden voortdurende klachten van ernstige vermoeidheid als gevolg van een acute Q-koortsinfectie die niet tot chronische Q-koorts heeft geleid, en niet door andere oorzaken te verklaren zijn;
QVS gelijkend ziektebeeld: op QVS gelijkend ziektebeeld met ten minste zes maanden durende klachten van ernstige vermoeidheid als gevolg van een acute Q-koortsinfectie die niet tot chronische Q-koorts heeft geleid, die niet afdoende door andere oorzaken te verklaren zijn;
nabestaanden: 1° de ten tijde van het overlijden niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner, of de levensgezel die ten tijde van het overlijden met de overledene een gezamenlijke huishouding voerde;
2° bij ontstentenis van de onder 1° bedoelde persoon, de kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
3° bij ontstentenis van de onder 1° en 2° bedoelde personen, de overige bloedverwanten van de overledene in de eerste graad.
1° de ten tijde van het overlijden niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner, of de levensgezel die ten tijde van het overlijden met de overledene een gezamenlijke huishouding voerde;
2° bij ontstentenis van de onder 1° bedoelde persoon, de kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
3° bij ontstentenis van de onder 1° en 2° bedoelde personen, de overige bloedverwanten van de overledene in de eerste graad.
Minister: Minister voor Medische Zorg;
tegemoetkoming: een eenmalige financiële bijdrage als gebaar ter erkenning van de grote gevolgen van de Q-koortsuitbraak voor een Q-koortspatiënt met chronische Q-koorts, QVS of een QVS gelijkend ziektebeeld, of voor de nabestaanden van patiënten die zijn overleden aan chronische Q-koorts.
Q-koorts: infectieziekte die kan overgaan van dieren op mensen, veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii;
Q-koortsuitbraak: de uitbraak van Q-koorts in Nederland in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2010;
Q-koortspatiënt: een nog in leven zijnde natuurlijke persoon die in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011 in Nederland is besmet met Q-koorts;
chronische Q-koorts: aandoening met langdurige ernstige klachten als gevolg van een acute Q-koortsinfectie, die blijkens bloedonderzoek heeft geleid tot een chronische infectie;
Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS): aandoening met ten minste zes maanden voortdurende klachten van ernstige vermoeidheid als gevolg van een acute Q-koortsinfectie die niet tot chronische Q-koorts heeft geleid, en niet door andere oorzaken te verklaren zijn;
QVS gelijkend ziektebeeld: op QVS gelijkend ziektebeeld met ten minste zes maanden durende klachten van ernstige vermoeidheid als gevolg van een acute Q-koortsinfectie die niet tot chronische Q-koorts heeft geleid, die niet afdoende door andere oorzaken te verklaren zijn;
nabestaanden: 1° de ten tijde van het overlijden niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner, of de levensgezel die ten tijde van het overlijden met de overledene een gezamenlijke huishouding voerde;
2° bij ontstentenis van de onder 1° bedoelde persoon, de kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
3° bij ontstentenis van de onder 1° en 2° bedoelde personen, de overige bloedverwanten van de overledene in de eerste graad.
1° de ten tijde van het overlijden niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner, of de levensgezel die ten tijde van het overlijden met de overledene een gezamenlijke huishouding voerde;
2° bij ontstentenis van de onder 1° bedoelde persoon, de kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
3° bij ontstentenis van de onder 1° en 2° bedoelde personen, de overige bloedverwanten van de overledene in de eerste graad.
Minister: Minister voor Medische Zorg;
tegemoetkoming: een eenmalige financiële bijdrage als gebaar ter erkenning van de grote gevolgen van de Q-koortsuitbraak voor een Q-koortspatiënt met chronische Q-koorts, QVS of een QVS gelijkend ziektebeeld, of voor de nabestaanden van patiënten die zijn overleden aan chronische Q-koorts.