BWBR0041314
Geldig vanaf 2018-09-05
Artikel 6
Organisatiebesluit BZK 2018
1. Het directoraat-generaal Overheidsorganisatie staat onder leiding van een directeur-generaal.
2. Het directoraat-generaal draagt zorg voor:
a. de ontwikkeling van het werkgeverschap in de publieke sector (met een accent op de kabinetssectoren), modernisering van het werkgeverschap voor de sector Rijk, en de doorontwikkeling van de personele functie (HRM) van en in de Rijksdienst;
b. de interbestuurlijke en interdepartementale ontwikkeling van de i-Overheid voor burgers en bedrijven: 1°. de randvoorwaardelijke beleidsontwikkeling ten behoeve van de i-samenleving waaruit onder andere voortvloeit de ontwikkeling en realisatie van de digitale basisvoorzieningen voor burgers en bedrijven, met inbegrip van de bijbehorende regelgeving, toezicht en de bijbehorende bestuurlijke structuur voor de aansturing en financiering van de voorzieningen;
2°. het opdrachtgeverschap aan RvIG, Logius, DICTU, ICTU, KOOP en de Kamer van Koophandel en de samenwerkingsovereenkomsten met de Rijksdienst voor ondernemend Nederland voor zover deze voortkomen uit de verantwoordelijkheid voor de voorzieningen en beleidsverantwoordelijkheden;
3°. de digitale identificatie (eID);
1°. de randvoorwaardelijke beleidsontwikkeling ten behoeve van de i-samenleving waaruit onder andere voortvloeit de ontwikkeling en realisatie van de digitale basisvoorzieningen voor burgers en bedrijven, met inbegrip van de bijbehorende regelgeving, toezicht en de bijbehorende bestuurlijke structuur voor de aansturing en financiering van de voorzieningen;
2°. het opdrachtgeverschap aan RvIG, Logius, DICTU, ICTU, KOOP en de Kamer van Koophandel en de samenwerkingsovereenkomsten met de Rijksdienst voor ondernemend Nederland voor zover deze voortkomen uit de verantwoordelijkheid voor de voorzieningen en beleidsverantwoordelijkheden;
3°. de digitale identificatie (eID);
c. het bevorderen van de optimale vormgeving van de informatisering en ICT in het Rijk en bij zelfstandige bestuursorganen door het stellen van kaders en het toezicht daarop;
d. het toetsen van grote projecten binnen de rijksoverheid en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen (tijdelijk Bureau ICT-toetsing);
e. de ontwikkeling van en sturing op rijksbreed bedrijfsvoeringsbeleid en de beoordeling of de beleidsambities worden gerealiseerd;
f. de kaders voor inkoop, aanbesteden, faciliteiten en huisvesting bij het Rijk en het toezicht daarop;
g. de doorontwikkeling van een rijksdienst en van een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering van de overheid, inclusief de monitoring en verantwoording van het rijksbrede bedrijfsvoeringsbeleid;
h. het zorgdragen voor de stelsels van de basisregistratie personen, de Persoonsinformatievoorziening in de Caribische delen van het Koninkrijk (PIVA), het burgerservicenummer en reisdocumenten met de bijbehorende registraties, alsmede de verwerking van persoonsgegevens met het oog op die stelsels;
i. de zorg voor het bewaken van het integrale karakter en de consistentie van de rijksbrede kaders voor beveiliging alsmede het toezicht op de werking van de integrale beveiliging van de Rijksdienst.
3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:
a. het bureau directeur-generaal van het directoraat-generaal Overheidsorganisatie, inclusief bureau RijksBeveiligingsAmbtenaar (bdgOO);
b. de directie Ambtenaar en Organisatie (DA&O);
c. de directie Informatiesamenleving en Overheid (DI&O);
d. de directie Inkoop- Facilitair- en Huisvestingsbeleid Rijk (DIFHR);
e. de directie CIO-Rijk;
f. de programmadirectie i;
g. het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (BIT).
2. Het directoraat-generaal draagt zorg voor:
a. de ontwikkeling van het werkgeverschap in de publieke sector (met een accent op de kabinetssectoren), modernisering van het werkgeverschap voor de sector Rijk, en de doorontwikkeling van de personele functie (HRM) van en in de Rijksdienst;
b. de interbestuurlijke en interdepartementale ontwikkeling van de i-Overheid voor burgers en bedrijven: 1°. de randvoorwaardelijke beleidsontwikkeling ten behoeve van de i-samenleving waaruit onder andere voortvloeit de ontwikkeling en realisatie van de digitale basisvoorzieningen voor burgers en bedrijven, met inbegrip van de bijbehorende regelgeving, toezicht en de bijbehorende bestuurlijke structuur voor de aansturing en financiering van de voorzieningen;
2°. het opdrachtgeverschap aan RvIG, Logius, DICTU, ICTU, KOOP en de Kamer van Koophandel en de samenwerkingsovereenkomsten met de Rijksdienst voor ondernemend Nederland voor zover deze voortkomen uit de verantwoordelijkheid voor de voorzieningen en beleidsverantwoordelijkheden;
3°. de digitale identificatie (eID);
1°. de randvoorwaardelijke beleidsontwikkeling ten behoeve van de i-samenleving waaruit onder andere voortvloeit de ontwikkeling en realisatie van de digitale basisvoorzieningen voor burgers en bedrijven, met inbegrip van de bijbehorende regelgeving, toezicht en de bijbehorende bestuurlijke structuur voor de aansturing en financiering van de voorzieningen;
2°. het opdrachtgeverschap aan RvIG, Logius, DICTU, ICTU, KOOP en de Kamer van Koophandel en de samenwerkingsovereenkomsten met de Rijksdienst voor ondernemend Nederland voor zover deze voortkomen uit de verantwoordelijkheid voor de voorzieningen en beleidsverantwoordelijkheden;
3°. de digitale identificatie (eID);
c. het bevorderen van de optimale vormgeving van de informatisering en ICT in het Rijk en bij zelfstandige bestuursorganen door het stellen van kaders en het toezicht daarop;
d. het toetsen van grote projecten binnen de rijksoverheid en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen (tijdelijk Bureau ICT-toetsing);
e. de ontwikkeling van en sturing op rijksbreed bedrijfsvoeringsbeleid en de beoordeling of de beleidsambities worden gerealiseerd;
f. de kaders voor inkoop, aanbesteden, faciliteiten en huisvesting bij het Rijk en het toezicht daarop;
g. de doorontwikkeling van een rijksdienst en van een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering van de overheid, inclusief de monitoring en verantwoording van het rijksbrede bedrijfsvoeringsbeleid;
h. het zorgdragen voor de stelsels van de basisregistratie personen, de Persoonsinformatievoorziening in de Caribische delen van het Koninkrijk (PIVA), het burgerservicenummer en reisdocumenten met de bijbehorende registraties, alsmede de verwerking van persoonsgegevens met het oog op die stelsels;
i. de zorg voor het bewaken van het integrale karakter en de consistentie van de rijksbrede kaders voor beveiliging alsmede het toezicht op de werking van de integrale beveiliging van de Rijksdienst.
3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:
a. het bureau directeur-generaal van het directoraat-generaal Overheidsorganisatie, inclusief bureau RijksBeveiligingsAmbtenaar (bdgOO);
b. de directie Ambtenaar en Organisatie (DA&O);
c. de directie Informatiesamenleving en Overheid (DI&O);
d. de directie Inkoop- Facilitair- en Huisvestingsbeleid Rijk (DIFHR);
e. de directie CIO-Rijk;
f. de programmadirectie i;
g. het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (BIT).