BWBR0041314
Geldig vanaf 2018-09-05
Artikel 22
Organisatiebesluit BZK 2018
1. De Minister stelt de inrichting van de organisatie vast conform het bepaalde in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011.
2. De secretaris-generaal is bevoegd tot het nader vaststellen van de inrichting van de onder de directoraten-generaal, het Bureau Algemene Bestuursdienst, het SG-cluster, Logius en RvIG ressorterende organisatieonderdelen, na advisering door de directeur Concernondersteuning.
3. De secretaris-generaal is bevoegd tot het nader vaststellen van de inrichting van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op voordracht van de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en na advisering van de directeur Concernondersteuning.
4. De secretaris-generaal en de directeuren-generaal van het Bureau Algemene Bestuursdienst, van het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk en van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst stellen met inachtneming van dit besluit ten behoeve van hun dienst- of organisatieonderdelen periodiek een capaciteitsplan vast.
2. De secretaris-generaal is bevoegd tot het nader vaststellen van de inrichting van de onder de directoraten-generaal, het Bureau Algemene Bestuursdienst, het SG-cluster, Logius en RvIG ressorterende organisatieonderdelen, na advisering door de directeur Concernondersteuning.
3. De secretaris-generaal is bevoegd tot het nader vaststellen van de inrichting van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op voordracht van de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en na advisering van de directeur Concernondersteuning.
4. De secretaris-generaal en de directeuren-generaal van het Bureau Algemene Bestuursdienst, van het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk en van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst stellen met inachtneming van dit besluit ten behoeve van hun dienst- of organisatieonderdelen periodiek een capaciteitsplan vast.