BWBR0041085
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 7
Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2018
1. Voor zover voor de restauratiewerkzaamheden een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrechtis vereist, vangen de restauratiewerkzaamheden niet aan zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning.
2. Onverminderd het eerste lid kan de Minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:
a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het rijksmonument;
b. de Minister tussentijds te berichten over de voortgang van de restauratiewerkzaamheden;
c. werkzaamheden uit te voeren volgens in de beroepsgroep geldende normen;
d. het rijksmonument te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument;
e. advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen restauratiewerkzaamheden wordt gestart, voor zover de monumentale waarde van het rijksmonument of de restauratiewerkzaamheden daartoe aanleiding vormen;
f. de restauratiewerkzaamheden onder nader door de Minister te stellen voorwaarden te doen begeleiden, indien voor de uitvoering van de restauratiewerkzaamheden specifieke kennis is vereist;
g. voor de duur van de restauratiewerkzaamheden een construction allrisks-verzekering af te sluiten; of
h. vanaf de aanvang van de restauratiewerkzaamheden op eigen kosten het rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.
2. Onverminderd het eerste lid kan de Minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:
a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het rijksmonument;
b. de Minister tussentijds te berichten over de voortgang van de restauratiewerkzaamheden;
c. werkzaamheden uit te voeren volgens in de beroepsgroep geldende normen;
d. het rijksmonument te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument;
e. advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen restauratiewerkzaamheden wordt gestart, voor zover de monumentale waarde van het rijksmonument of de restauratiewerkzaamheden daartoe aanleiding vormen;
f. de restauratiewerkzaamheden onder nader door de Minister te stellen voorwaarden te doen begeleiden, indien voor de uitvoering van de restauratiewerkzaamheden specifieke kennis is vereist;
g. voor de duur van de restauratiewerkzaamheden een construction allrisks-verzekering af te sluiten; of
h. vanaf de aanvang van de restauratiewerkzaamheden op eigen kosten het rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.