BWBR0040922
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 9
Besluit energie vervoer
1. Vloeibare hernieuwbare brandstof die aan vervoer in Nederland geleverd wordt, kan slechts worden ingeboekt in het register door een onderneming die:
a. houder is van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns voor minerale oliën;
b. geregistreerde geadresseerde is als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns voor minerale oliën; of
c. importeur is.
2. De in te boeken vloeibare hernieuwbare brandstof:
a. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt op een opslaglocatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde vrijwillige systeem is gecertificeerd, dan wel op een andere opslaglocatie voor zover die certificering zich over die locatie uitstrekt; en
b. voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
3. De onderneming, genoemd in het eerste lid, voert een massabalans van hernieuwbare brandstoffen over zijn opslaglocatie, bedoeld in het tweede lid.
a. houder is van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns voor minerale oliën;
b. geregistreerde geadresseerde is als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet op de accijns voor minerale oliën; of
c. importeur is.
2. De in te boeken vloeibare hernieuwbare brandstof:
a. bevond zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse markt op een opslaglocatie van de inboeker die door het door hem gehanteerde vrijwillige systeem is gecertificeerd, dan wel op een andere opslaglocatie voor zover die certificering zich over die locatie uitstrekt; en
b. voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
3. De onderneming, genoemd in het eerste lid, voert een massabalans van hernieuwbare brandstoffen over zijn opslaglocatie, bedoeld in het tweede lid.