BWBR0040915
Geldig vanaf 2018-05-25
Artikel 5.2
Regeling AVG Defensie
1. Betrokkene kan verzoeken betreffende de uitoefening van de aan hem toegekende rechten als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de AVG richten aan:
a. het dienstencentrum human resources van de divisie personeel & organisatie van het defensie ondersteuningscommando indien het betreft personeelsgegevens van medewerkers in actieve dienst of persoonsgegevens van ingeschrevenen voor de dienstplicht;
b. de afdeling semi-statisch informatiebeheer van het joint IV commando van de defensie materieel organisatie indien het betreft personeelsgegevens van oud-defensiepersoneel of oud-dienstplichtigen;
c. de defensie gezondheidsorganisatie van het defensie ondersteuningscommando indien het betreft persoonsgegevens gerelateerd aan medische dossiers of medische keuringen;
d. het dienstencentrum personeelslogistiek van de divisie personeel & organisatie van het defensie ondersteuningscommando indien het betreft persoonsgegevens van sollicitanten;
e. de AVG-beheerder dan wel de AVG-onderbeheerder van de Koninklijke marechaussee indien het betreft persoonsgegevens welke worden verwerkt op basis van de onder de AVG vallende politietaken van de Koninklijke marechaussee;
f. de AVG-beheerder, de AVG-onderbeheerder dan wel AVG-coördinator van het betrokken dienstonderdeel ten aanzien van de overige verzoeken.
2. De ingevolge het eerste lid met de behandeling van het verzoek belaste functionaris beslist op het verzoek en draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.
3. Ten aanzien van verzoeken met een principieel beleidsmatig of een politiek gevoelig karakter kan de AVG-beheerder van de bestuursstaf door tussenkomst van de AVG-coördinator van de bestuursstaf besluiten zelf hierover een beslissing te nemen.
4. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
5. Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij een functionaris die op grond van het eerste lid niet is belast met de behandeling van het verzoek, zendt hij het verzoek door aan de functionaris die dat op grond van het eerste lid wel is.
6. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt binnen een maand beslist. Wanneer aan het verzoek gevolg wordt gegeven, kan de termijn met nog eens twee maanden worden verlengd afhankelijk van de complexiteit van het verzoek of van het aantal verzoeken. Betrokkene wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.
a. het dienstencentrum human resources van de divisie personeel & organisatie van het defensie ondersteuningscommando indien het betreft personeelsgegevens van medewerkers in actieve dienst of persoonsgegevens van ingeschrevenen voor de dienstplicht;
b. de afdeling semi-statisch informatiebeheer van het joint IV commando van de defensie materieel organisatie indien het betreft personeelsgegevens van oud-defensiepersoneel of oud-dienstplichtigen;
c. de defensie gezondheidsorganisatie van het defensie ondersteuningscommando indien het betreft persoonsgegevens gerelateerd aan medische dossiers of medische keuringen;
d. het dienstencentrum personeelslogistiek van de divisie personeel & organisatie van het defensie ondersteuningscommando indien het betreft persoonsgegevens van sollicitanten;
e. de AVG-beheerder dan wel de AVG-onderbeheerder van de Koninklijke marechaussee indien het betreft persoonsgegevens welke worden verwerkt op basis van de onder de AVG vallende politietaken van de Koninklijke marechaussee;
f. de AVG-beheerder, de AVG-onderbeheerder dan wel AVG-coördinator van het betrokken dienstonderdeel ten aanzien van de overige verzoeken.
2. De ingevolge het eerste lid met de behandeling van het verzoek belaste functionaris beslist op het verzoek en draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.
3. Ten aanzien van verzoeken met een principieel beleidsmatig of een politiek gevoelig karakter kan de AVG-beheerder van de bestuursstaf door tussenkomst van de AVG-coördinator van de bestuursstaf besluiten zelf hierover een beslissing te nemen.
4. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
5. Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij een functionaris die op grond van het eerste lid niet is belast met de behandeling van het verzoek, zendt hij het verzoek door aan de functionaris die dat op grond van het eerste lid wel is.
6. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt binnen een maand beslist. Wanneer aan het verzoek gevolg wordt gegeven, kan de termijn met nog eens twee maanden worden verlengd afhankelijk van de complexiteit van het verzoek of van het aantal verzoeken. Betrokkene wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.