BWBR0040915
Geldig vanaf 2018-05-25
Artikel 1.5
Regeling AVG Defensie
1. Er is een functionaris voor gegevensbescherming.
2. De functionaris voor gegevensbescherming vervult binnen het ministerie van Defensie de in artikel 39 AVG bedoelde taken ten aanzien van verwerkingen van persoonsgegevens door de verwerkingsverantwoordelijke en ziet voorts toe op de afwikkeling van klachten en het evalueren van incidenten ter zake van het verwerken van persoonsgegevens binnen het ministerie van Defensie. Wanneer een klacht terzake van het verwerken van persoonsgegevens bij het ministerie van Defensie wordt ingediend, wordt de functionaris voor gegevensbescherming door de klachtbehandelaar hiervan op de hoogte gesteld.
3. De functionaris voor gegevensbescherming rapporteert jaarlijks aan de minister over de naleving van de AVG en de wetbinnen het ministerie.
4. De functionaris voor gegevensbescherming beschikt voor de uitoefening van het toezicht als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onder b, van de AVG over de bevoegdheden als bedoeld in Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De functionaris voor gegevensbescherming maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
5. Een ieder die werkzaam is onder het gezag van de minister alsmede een verwerker of eenieder die onder het gezag van een verwerker persoonsgegevens verwerkt, is verplicht aan de functionaris voor gegevensbescherming alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, tenzij een geheimhoudingsplicht uit hoofde van een wettelijk voorschrift daaraan in de weg staat.
6. Contacten met de Autoriteit persoonsgegevens geschieden door tussenkomst van de functionaris voor gegevensbescherming.
2. De functionaris voor gegevensbescherming vervult binnen het ministerie van Defensie de in artikel 39 AVG bedoelde taken ten aanzien van verwerkingen van persoonsgegevens door de verwerkingsverantwoordelijke en ziet voorts toe op de afwikkeling van klachten en het evalueren van incidenten ter zake van het verwerken van persoonsgegevens binnen het ministerie van Defensie. Wanneer een klacht terzake van het verwerken van persoonsgegevens bij het ministerie van Defensie wordt ingediend, wordt de functionaris voor gegevensbescherming door de klachtbehandelaar hiervan op de hoogte gesteld.
3. De functionaris voor gegevensbescherming rapporteert jaarlijks aan de minister over de naleving van de AVG en de wetbinnen het ministerie.
4. De functionaris voor gegevensbescherming beschikt voor de uitoefening van het toezicht als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onder b, van de AVG over de bevoegdheden als bedoeld in Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De functionaris voor gegevensbescherming maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
5. Een ieder die werkzaam is onder het gezag van de minister alsmede een verwerker of eenieder die onder het gezag van een verwerker persoonsgegevens verwerkt, is verplicht aan de functionaris voor gegevensbescherming alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, tenzij een geheimhoudingsplicht uit hoofde van een wettelijk voorschrift daaraan in de weg staat.
6. Contacten met de Autoriteit persoonsgegevens geschieden door tussenkomst van de functionaris voor gegevensbescherming.