BWBR0040851
Geldig vanaf 2018-05-01
Artikel 7
Besluit DNA-onderzoek Wiv 2017
1. De dienst richt een DNA-profielenregistratie in.
2. De dienst richt voorts een registratie in met DNA-profielen van medewerkers van de dienst die bij de uitvoering van het DNA-onderzoek fysiek in aanraking kunnen komen met voorwerpen met daarop mogelijk celmateriaal en het veiliggestelde celmateriaal. Het opnemen van DNA-profielen in de registratie geschiedt uitsluitend met instemming van de betrokken medewerker. Het DNA-profiel van een medewerker, die niet meer bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 43 van de wet, is betrokken, wordt uiterlijk binnen drie maanden na beëindiging van diens betrokkenheid, uit de registratie verwijderd en vernietigd. Van de vernietiging wordt aantekening gemaakt in de administratie, bedoeld in artikel 3.
3. In de DNA-profielenregistratie worden uitsluitend de volgende gegevens vastgelegd:
a. het DNA-profiel;
b. het sporenidentificatienummer of, indien dat niet gehanteerd wordt, een ander uniek identificatienummer;
c. de datum waarop het DNA-profiel is vastgesteld;
d. het laboratorium en de deskundige waarin onderscheidenlijk door wie het DNA-profiel is vastgesteld;
e. de herkomst van het celmateriaal op basis waarvan het DNA-profiel is vastgesteld.
4. Voor zover een DNA-profiel door een dienst is verkregen van een andere instantie worden, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het derde lid, uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:
a. het door de verstrekker van het DNA-profiel daaraan toegekende unieke identificatienummer;
b. het door de dienst toegekende registratienummer;
c. de datum waarop het DNA-profiel aan de dienst is verstrekt;
d. de gegevens betreffende de identiteit van de instantie die het DNA-profiel heeft verstrekt.
5. De aan een DNA-profiel gerelateerde persoonsidentificerende gegevens worden logisch en technisch gescheiden van de registratie, bedoeld in het eerste lid in een afzonderlijke registratie bewaard.
6. De toegang tot de gegevens verwerkt in de DNA-profielenregistratie, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en de gegevens, bedoeld in het vijfde lid is slechts toegestaan aan ambtenaren van de dienst die, bij uitsluiting van anderen, daartoe door Onze betrokken Minister of namens deze het hoofd van de dienst zijn aangewezen.
7. Van iedere toegang tot de gegevens in de DNA-profielenregistratie, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en de gegevens, bedoeld in het vijfde lid wordt, aantekening gehouden in de administratie, bedoeld in artikel 3.
2. De dienst richt voorts een registratie in met DNA-profielen van medewerkers van de dienst die bij de uitvoering van het DNA-onderzoek fysiek in aanraking kunnen komen met voorwerpen met daarop mogelijk celmateriaal en het veiliggestelde celmateriaal. Het opnemen van DNA-profielen in de registratie geschiedt uitsluitend met instemming van de betrokken medewerker. Het DNA-profiel van een medewerker, die niet meer bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 43 van de wet, is betrokken, wordt uiterlijk binnen drie maanden na beëindiging van diens betrokkenheid, uit de registratie verwijderd en vernietigd. Van de vernietiging wordt aantekening gemaakt in de administratie, bedoeld in artikel 3.
3. In de DNA-profielenregistratie worden uitsluitend de volgende gegevens vastgelegd:
a. het DNA-profiel;
b. het sporenidentificatienummer of, indien dat niet gehanteerd wordt, een ander uniek identificatienummer;
c. de datum waarop het DNA-profiel is vastgesteld;
d. het laboratorium en de deskundige waarin onderscheidenlijk door wie het DNA-profiel is vastgesteld;
e. de herkomst van het celmateriaal op basis waarvan het DNA-profiel is vastgesteld.
4. Voor zover een DNA-profiel door een dienst is verkregen van een andere instantie worden, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het derde lid, uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:
a. het door de verstrekker van het DNA-profiel daaraan toegekende unieke identificatienummer;
b. het door de dienst toegekende registratienummer;
c. de datum waarop het DNA-profiel aan de dienst is verstrekt;
d. de gegevens betreffende de identiteit van de instantie die het DNA-profiel heeft verstrekt.
5. De aan een DNA-profiel gerelateerde persoonsidentificerende gegevens worden logisch en technisch gescheiden van de registratie, bedoeld in het eerste lid in een afzonderlijke registratie bewaard.
6. De toegang tot de gegevens verwerkt in de DNA-profielenregistratie, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en de gegevens, bedoeld in het vijfde lid is slechts toegestaan aan ambtenaren van de dienst die, bij uitsluiting van anderen, daartoe door Onze betrokken Minister of namens deze het hoofd van de dienst zijn aangewezen.
7. Van iedere toegang tot de gegevens in de DNA-profielenregistratie, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en de gegevens, bedoeld in het vijfde lid wordt, aantekening gehouden in de administratie, bedoeld in artikel 3.