BWBR0040851
Geldig vanaf 2018-05-01
Artikel 2
Besluit DNA-onderzoek Wiv 2017
1. Een voorwerp met daarop mogelijk celmateriaal dat door de dienst is meegenomen voor DNA-onderzoek wordt, zolang dat celmateriaal niet is veiliggesteld, door de dienst geconditioneerd opgeslagen. Van dit voorwerp wordt in een daartoe ingerichte ruimte celmateriaal veiliggesteld en de verpakking waarin dit celmateriaal wordt gedaan, wordt voorzien van een sporenidentificatienummer.
2. In daarvoor in aanmerking komende gevallen wordt het celmateriaal, in afwijking van het eerste lid, veiliggesteld door het laboratorium, bedoeld in artikel 5.
3. Indien het voorwerp met daarop mogelijk celmateriaal niet door de dienst kan worden meegenomen van de plaats waar het is aangetroffen, wordt het celmateriaal op die plaats veiliggesteld. Het veiliggestelde celmateriaal wordt van een tijdelijk waarmerk ter unieke identificatie voorzien en zo spoedig mogelijk voorzien van een sporenidentificatienummer.
4. De handelingen, bedoeld in het eerste en derde lid, vinden plaats door daartoe door of namens het hoofd van de dienst aangewezen medewerkers van de dienst.
2. In daarvoor in aanmerking komende gevallen wordt het celmateriaal, in afwijking van het eerste lid, veiliggesteld door het laboratorium, bedoeld in artikel 5.
3. Indien het voorwerp met daarop mogelijk celmateriaal niet door de dienst kan worden meegenomen van de plaats waar het is aangetroffen, wordt het celmateriaal op die plaats veiliggesteld. Het veiliggestelde celmateriaal wordt van een tijdelijk waarmerk ter unieke identificatie voorzien en zo spoedig mogelijk voorzien van een sporenidentificatienummer.
4. De handelingen, bedoeld in het eerste en derde lid, vinden plaats door daartoe door of namens het hoofd van de dienst aangewezen medewerkers van de dienst.