BWBR0040783
Geldig vanaf 2018-03-31
Artikel 3
Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Waterstaat 2018
1. De ambtenaar die wordt of is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kan zich wenden tot zijn manager, tot een vertrouwenspersoon, of tot de klachtencommissie.
2. Klachten die meer dan een jaar na het tijdstip waarop de vermeende ongewenste omgangsvormen zich hebben voorgedaan worden ingediend, worden niet in behandeling genomen, tenzij er naar het oordeel van de klachtencommissie sprake is van een gerechtvaardigde reden voor het later indienen van de klacht.
2. Klachten die meer dan een jaar na het tijdstip waarop de vermeende ongewenste omgangsvormen zich hebben voorgedaan worden ingediend, worden niet in behandeling genomen, tenzij er naar het oordeel van de klachtencommissie sprake is van een gerechtvaardigde reden voor het later indienen van de klacht.