BWBR0040734
Geldig vanaf 23-03-2018
Artikel 4
Besluit directeuren tot verlening ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging personele aangelegenheden Kadaster 2018
1. Een functionaris aan wie ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging is verleend, is niet bevoegd een besluit te nemen, noch om een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling dan een besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten met betrekking tot zichzelf.
2. Een functionaris aan wie ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging is verleend, is niet bevoegd een besluit met een mogelijke precedentwerking te nemen. Een functionaris als bedoeld in de eerste zin legt een besluit als bedoeld in die zin steeds aan het bestuur ter beslissing voor. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing op een privaatrechtelijke rechtshandeling en een andere handeling dan een besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling.
3. Een functionaris aan wie ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging is verleend oefent zijn ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging uit binnen de grenzen van de voor zijn eenheid vastgestelde taken en zijn functieomschrijving, alsmede met inachtneming van het ter zake geldende recht, de door het bestuur vastgestelde kaders zoals beleids- en uitvoeringsregels, de bestendige uitvoeringspraktijk van de Dienst en de bepalingen vermeld in dit besluit.
4. Het nemen van beslissingen of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met (mogelijke) financiële gevolgen geschiedt met inachtneming van de aan hem toegekende (personeels)budgetten op basis van het geldende jaarplan.
5. Een functionaris aan wie ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging is verleend, is gehouden de algemene en bijzondere aanwijzingen als bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, en 5, derde lid, van het Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Kadaster 2018, op te volgen.
2. Een functionaris aan wie ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging is verleend, is niet bevoegd een besluit met een mogelijke precedentwerking te nemen. Een functionaris als bedoeld in de eerste zin legt een besluit als bedoeld in die zin steeds aan het bestuur ter beslissing voor. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing op een privaatrechtelijke rechtshandeling en een andere handeling dan een besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling.
3. Een functionaris aan wie ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging is verleend oefent zijn ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging uit binnen de grenzen van de voor zijn eenheid vastgestelde taken en zijn functieomschrijving, alsmede met inachtneming van het ter zake geldende recht, de door het bestuur vastgestelde kaders zoals beleids- en uitvoeringsregels, de bestendige uitvoeringspraktijk van de Dienst en de bepalingen vermeld in dit besluit.
4. Het nemen van beslissingen of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met (mogelijke) financiële gevolgen geschiedt met inachtneming van de aan hem toegekende (personeels)budgetten op basis van het geldende jaarplan.
5. Een functionaris aan wie ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging is verleend, is gehouden de algemene en bijzondere aanwijzingen als bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, en 5, derde lid, van het Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Kadaster 2018, op te volgen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0040734
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl