BWBR0040635
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 5:19
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
1. Indien de officier van justitie een verzoekschrift voor een zorgmachtiging voorbereidt met toepassing van <a href="/wet/BWBR0040634/artikel/2.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.3 van de Wet forensische zorg</a>is het bepaalde in hoofdstuk 5van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 5:1en 5:2en in geval van toepassing van <a href="/wet/BWBR0040634/artikel/2.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.3, eerste lid, onder 7° tot en met 12°, van de Wet forensische zorg</a>, eveneens met uitzondering van artikel 5.5.
2. Indien de rechter ambtshalve toepassing van <a href="/wet/BWBR0040634/artikel/2.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg</a>overweegt, verzoekt hij de officier van justitie toepassing te geven aan het bepaalde in dit artikel.
2. Indien de rechter ambtshalve toepassing van <a href="/wet/BWBR0040634/artikel/2.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg</a>overweegt, verzoekt hij de officier van justitie toepassing te geven aan het bepaalde in dit artikel.