BWBR0040635
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 2:3
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
1. Voordat de zorgaanbieder de geneesheer-directeur aanwijst, vraagt de zorgaanbieder hierover advies aan de cliëntenraad, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0042294/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018</a>. De <a href="/wet/BWBR0042294/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 7, vijfde en zesde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0042294/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6, eerste lid, eerste volzin, van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018</a>zijn van toepassing.
2. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de geneesheer-directeur zijn taken op grond van deze wet naar behoren kan uitvoeren en waarborgt de onafhankelijkheid van de geneesheer-directeur bij de uitvoering van zijn taken op grond van deze wet. De zorgaanbieder geeft de geneesheer-directeur geen aanwijzingen met betrekking tot diens taakuitvoering op grond van deze wet.
2. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de geneesheer-directeur zijn taken op grond van deze wet naar behoren kan uitvoeren en waarborgt de onafhankelijkheid van de geneesheer-directeur bij de uitvoering van zijn taken op grond van deze wet. De zorgaanbieder geeft de geneesheer-directeur geen aanwijzingen met betrekking tot diens taakuitvoering op grond van deze wet.