BWBR0040632
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 4b
Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten
1. De <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 38</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">39</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">40</a>, <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/43" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">43 tot en met 45</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/48" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">48 van het Wetboek van Strafvordering</a>zijn van overeenkomstige toepassing op de toevoeging en de taak van de advocaat, bedoeld in deze wet.
2. De advocaat is tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de uitoefening van zijn taak op grond van deze wet aan hem is toevertrouwd, tenzij enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. De advocaat kan zich op grond van zijn geheimhoudingsplicht verschonen van het geven van getuigenis of het beantwoorden van vragen in een klachtprocedure of rechterlijke procedure.
2. De advocaat is tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de uitoefening van zijn taak op grond van deze wet aan hem is toevertrouwd, tenzij enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. De advocaat kan zich op grond van zijn geheimhoudingsplicht verschonen van het geven van getuigenis of het beantwoorden van vragen in een klachtprocedure of rechterlijke procedure.