BWBR0040632
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 49
Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten
1. Een persoon die in een accommodatie verblijft en aan wie tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege of de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, wordt voor de toepassing van deze wet vanaf het moment van opname in de accommodatie aangemerkt als een cliënt, die op grond van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24is opgenomen.
2. Een persoon die in een accommodatie verblijft en die tevens forensisch patiënt is in de zin van <a href="/wet/BWBR0040634/artikel/1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1 van de Wet forensische zorg</a>, niet zijnde een forensisch patiënt als bedoeld in het eerste lid, wordt vanaf het moment van opname in de accommodatie voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een cliënt.
2. Een persoon die in een accommodatie verblijft en die tevens forensisch patiënt is in de zin van <a href="/wet/BWBR0040634/artikel/1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1 van de Wet forensische zorg</a>, niet zijnde een forensisch patiënt als bedoeld in het eerste lid, wordt vanaf het moment van opname in de accommodatie voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een cliënt.