BWBR0040584
Geldig vanaf 2018-03-19
Artikel 4
Besluit mijnbouwschade Groningen
1. De voorzitter van de Commissie en de andere leden worden, na consultatie, door de Minister voor Rechtsbescherming benoemd voor een termijn van twee jaar.
2. De voorzitter van de Commissie is, evenals één van de leden, meester in de rechten en kan bogen op ruime ervaring in de rechtspraak. Het andere lid dient te beschikken over een technische achtergrond, waarbij dient te worden beschikt over diepgaande en actuele kennis van de oorzaken en gevolgen van de aardbevingen in Groningen.
3. De voorzitter en leden van de Commissie zijn onafhankelijk en bij hun benoeming wordt aandacht besteed aan de eventuele betrokkenheid van leden bij de aardbevingsproblematiek in Groningen.
4. De voorzitter en de andere leden kunnen door de Minister voor Rechtsbescherming worden geschorst en ontslagen.
5. Schorsing en ontslag vindt plaats:
a. wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen; of
b. op eigen verzoek van de voorzitter of andere leden.
6. Er kunnen voor de voorzitter van de Commissie en andere leden plaatsvervangers worden benoemd. Het eerste tot en met het vijfde lid en het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
7. De uit dit besluit voor de voorzitter van de Commissie voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van zijn afwezigheid over op zijn plaatsvervanger.
2. De voorzitter van de Commissie is, evenals één van de leden, meester in de rechten en kan bogen op ruime ervaring in de rechtspraak. Het andere lid dient te beschikken over een technische achtergrond, waarbij dient te worden beschikt over diepgaande en actuele kennis van de oorzaken en gevolgen van de aardbevingen in Groningen.
3. De voorzitter en leden van de Commissie zijn onafhankelijk en bij hun benoeming wordt aandacht besteed aan de eventuele betrokkenheid van leden bij de aardbevingsproblematiek in Groningen.
4. De voorzitter en de andere leden kunnen door de Minister voor Rechtsbescherming worden geschorst en ontslagen.
5. Schorsing en ontslag vindt plaats:
a. wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen; of
b. op eigen verzoek van de voorzitter of andere leden.
6. Er kunnen voor de voorzitter van de Commissie en andere leden plaatsvervangers worden benoemd. Het eerste tot en met het vijfde lid en het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
7. De uit dit besluit voor de voorzitter van de Commissie voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van zijn afwezigheid over op zijn plaatsvervanger.