BWBR0040584
Geldig vanaf 2018-03-19
Artikel 3
Besluit mijnbouwschade Groningen
1. Er is een Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen.
2. De Commissie heeft tot taak:
– te besluiten op aanvragen tot vergoeding van schade en de overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2, met overeenkomstige toepassing van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht;
– het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten als hiervoor bedoeld;
– het voeren van beroepsprocedures tegen beslissingen op bezwaar en het voeren van hoger beroepsprocedures tegen uitspraken van de rechtbank over de genomen beslissingen op bezwaar.
3. De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen.
4. De Commissie kan aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat aanbevelingen doen die zij wenselijk acht met het oog op een doelmatige en voortvarende uitvoering van haar taken.
5. De Minister van Economische Zaken en Klimaat stelt personeel en huisvesting ter beschikking aan de Commissie.
6. De Commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste twee andere leden.
7. Aan de leden van de Commissie wordt, ieder voor zich mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden die verband houden met de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde taken waaronder begrepen het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen op het gebied van de <a href="/wet/BWBR0005252" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet openbaarheid van bestuur</a>, de Algemene verordening gegevensbescherming, de <a href="/wet/BWBR0036795" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet hergebruik overheidsinformatie</a>en voor de afhandeling van interne klachten en verzoeken van de Nationale Ombudsman.
8. Aan de voorzitter van de Commissie wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten voor de personele aangelegenheden van de Commissie.
10. De voorzitter van de Commissie kan aan een lid van de Commissie ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen binnen zijn werkterrein voor het nemen van besluiten voor personele aangelegenheden van de Commissie.
2. De Commissie heeft tot taak:
– te besluiten op aanvragen tot vergoeding van schade en de overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2, met overeenkomstige toepassing van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht;
– het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten als hiervoor bedoeld;
– het voeren van beroepsprocedures tegen beslissingen op bezwaar en het voeren van hoger beroepsprocedures tegen uitspraken van de rechtbank over de genomen beslissingen op bezwaar.
3. De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen.
4. De Commissie kan aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat aanbevelingen doen die zij wenselijk acht met het oog op een doelmatige en voortvarende uitvoering van haar taken.
5. De Minister van Economische Zaken en Klimaat stelt personeel en huisvesting ter beschikking aan de Commissie.
6. De Commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste twee andere leden.
7. Aan de leden van de Commissie wordt, ieder voor zich mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden die verband houden met de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde taken waaronder begrepen het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen op het gebied van de <a href="/wet/BWBR0005252" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet openbaarheid van bestuur</a>, de Algemene verordening gegevensbescherming, de <a href="/wet/BWBR0036795" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet hergebruik overheidsinformatie</a>en voor de afhandeling van interne klachten en verzoeken van de Nationale Ombudsman.
8. Aan de voorzitter van de Commissie wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten voor de personele aangelegenheden van de Commissie.
10. De voorzitter van de Commissie kan aan een lid van de Commissie ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen binnen zijn werkterrein voor het nemen van besluiten voor personele aangelegenheden van de Commissie.