BWBR0040535
Geldig vanaf 1929-06-14
Artikel 6
Besluit tot regeling van overbrenging naar Rijksarchiefbewaarplaatsen van de kerkelijke doop-, trouw-, en begraafboeken, dagtekenend van voor de invoering van de burgerlijke stand en gedeelten van gaardersarchieven die aantekeningen omtrent geboorten, trouwen, sterven en begraven bevatten
Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is gemachtigd, om aan de Rijksarchivarissen op te dragen, aan gemeenten, die een eigen archivaris en doelmatige archieflokalen hebben, van de overeenkomstig artikel 1naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen overgebrachte boeken en papieren de zoodanige, welke die gemeente betreffen, tot wederopzeggens in bewaring te geven, onder voorwaarde, dat het betrokken gemeentebestuur zich verbinde:
a. de genoemde boeken en papieren zoo spoedig mogelijk, en in elk geval binnen den tijd van vijf jaren, te doen inventariseeren naar een door Onzen voornoemden Minister goed te keuren plan;
b. in een reglement voor de gemeentelijke archiefbewaarplaats en eene instructie voor den gemeente-archivaris op die boeken en papieren toepasselijk te verklaren de voor de Rijksarchiefbewaarplaatsen geldende of nader vast te stellen bepalingen omtrent de toegankelijkheid en het gebruik van archieven;
c. te allen tijde aan Onzen voornoemden Minister, den Algemeenen Rijksarchivaris en de Rijksarchivarissen in de provinciën desverlangd eenige der genoemde boeken en papieren tijdelijk af te staan of kosteloos de ten behoeve van het Rijk verlangde afschriften te verstrekken;
d. aan den Algemeenen Rijksarchivaris en aan den Rijksarchivaris in de provincie, waartoe gemeente behoort, steeds toegang tot de bewaarplaats van die boeken en papieren te verleenen;
e. terstond mededeeling te doen aan Onzen voornoemden Minister van iedere vaststelling, wijziging of intrekking van een reglement voor de gemeentelijke archiefbewaarplaats of van eene instructie voor den gemeente-archivaris en van iedere benoeming, schorsing, ontslag of overlijden van een ambtenaar, behoorend tot het personeel van de gemeentelijke archiefbewaarplaats.
a. de genoemde boeken en papieren zoo spoedig mogelijk, en in elk geval binnen den tijd van vijf jaren, te doen inventariseeren naar een door Onzen voornoemden Minister goed te keuren plan;
b. in een reglement voor de gemeentelijke archiefbewaarplaats en eene instructie voor den gemeente-archivaris op die boeken en papieren toepasselijk te verklaren de voor de Rijksarchiefbewaarplaatsen geldende of nader vast te stellen bepalingen omtrent de toegankelijkheid en het gebruik van archieven;
c. te allen tijde aan Onzen voornoemden Minister, den Algemeenen Rijksarchivaris en de Rijksarchivarissen in de provinciën desverlangd eenige der genoemde boeken en papieren tijdelijk af te staan of kosteloos de ten behoeve van het Rijk verlangde afschriften te verstrekken;
d. aan den Algemeenen Rijksarchivaris en aan den Rijksarchivaris in de provincie, waartoe gemeente behoort, steeds toegang tot de bewaarplaats van die boeken en papieren te verleenen;
e. terstond mededeeling te doen aan Onzen voornoemden Minister van iedere vaststelling, wijziging of intrekking van een reglement voor de gemeentelijke archiefbewaarplaats of van eene instructie voor den gemeente-archivaris en van iedere benoeming, schorsing, ontslag of overlijden van een ambtenaar, behoorend tot het personeel van de gemeentelijke archiefbewaarplaats.